ECLI:NL:RBOVE:2022:45

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
9507606 \ CV EXPL 21-4443
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over schending contractuele informatieplichten bij koop op afstand

In deze civiele consumentenzaak tussen een Duitse webwinkel en een consument oordeelt de Rechtbank Overijssel dat gedaagde partij onvoldoende is geïnformeerd over essentiële informatieplichten, met name de leveringstermijn, zoals vereist in artikel 6:230m lid 1 BW.

De zaak betreft een bestelling met achteraf betalen. De Hoge Raad heeft recentelijk bepaald dat rechters ambtshalve moeten toetsen of aan essentiële informatieplichten is voldaan en bij ernstige schendingen sancties moeten toepassen.

De kantonrechter stelt voorlopig vast dat sprake is van een voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW en overweegt een sanctie van 25% korting op de hoofdsom toe te passen volgens de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten. Eisende partij krijgt de gelegenheid hierop te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na de rolzitting op 8 februari 2022.

Uitkomst: Voorlopig oordeel dat sprake is van schending van contractuele informatieplichten met voorgenomen sanctie van 25% korting op de hoofdsom, verdere beslissing aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 9507606 \ CV EXPL 21-4443
Vonnis van 11 januari 2022
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
YOUR LOOK…FOR LESS! (SIEH AN) HANDELSGESELLSCHAFT GMBH,
gevestigd te Amberg (Duitsland),
eisende partij,
gemachtigde: R. Slagman,
tegen
[gedaagde],
wonende in [plaats] op een geheim adres,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 97,62, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.
1.3.
Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2.De beoordeling

Ambtshalve toetsen
2.1.
Deze zaak gaat over een bestelling van gedaagde partij als consument bij een webwinkel. Gedaagde partij heeft daarbij gekozen voor achteraf betalen.
2.2.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:HR:NL:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
2.3.
Eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten (artikel 6:230m lid 1 BW).
2.4.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat gedaagde partij contractueel niet is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder: g (leveringstermijn). Uit de overgelegde factuur is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht is voldaan.
2.5.
De kantonrechter heeft het voornemen om aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/kanton) de betalingsverplichting van gedaagde partij vanwege voornoemde schending(en) te verminderen met 25%. Dit betekent dat de hoofdsom (€ 53,48) wordt verminderd met genoemd percentage. Eisende partij mag daarop eerst nog reageren.
2.6.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 8 februari 2022, waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.5.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022. (me)