Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 8 februari 2022, waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.5.,
Rechtbank Overijssel
In deze civiele consumentenzaak tussen een Duitse webwinkel en een consument oordeelt de Rechtbank Overijssel dat gedaagde partij onvoldoende is geïnformeerd over essentiële informatieplichten, met name de leveringstermijn, zoals vereist in artikel 6:230m lid 1 BW.
De zaak betreft een bestelling met achteraf betalen. De Hoge Raad heeft recentelijk bepaald dat rechters ambtshalve moeten toetsen of aan essentiële informatieplichten is voldaan en bij ernstige schendingen sancties moeten toepassen.
De kantonrechter stelt voorlopig vast dat sprake is van een voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW en overweegt een sanctie van 25% korting op de hoofdsom toe te passen volgens de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten. Eisende partij krijgt de gelegenheid hierop te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na de rolzitting op 8 februari 2022.
Uitkomst: Voorlopig oordeel dat sprake is van schending van contractuele informatieplichten met voorgenomen sanctie van 25% korting op de hoofdsom, verdere beslissing aangehouden.