ECLI:NL:RBOVE:2022:46

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
9509839 \ CV EXPL 21-4452
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopig oordeel over schending precontractuele informatieplichten bij koop op afstand

In deze civiele zaak vordert CAPACCS INVEST B.V. betaling van €1.799,72 van een consument die een bestelling plaatste bij een webwinkel met keuze voor achteraf betalen. De gedaagde partij is verstek verklaard vanwege niet verschijnen.

De rechtbank toetst ambtshalve de naleving van essentiële precontractuele informatieplichten, zoals voorgeschreven in artikel 6:230m lid 1 BW, en baseert zich hierbij op de recente uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:HR:NL:2021:1677). De eisende partij heeft geen juiste printscreens van de bestelprocedure bij de betreffende webwinkel overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat aan de informatieplichten is voldaan.

Daarnaast is er sprake van een schending van de contractuele informatieplicht uit artikel 6:230v lid 7 BW, omdat uit de factuur onvoldoende blijkt dat de leveringstermijn correct is gecommuniceerd. De rechtbank is daarom voorlopig van oordeel dat sprake is van een voldoende ernstige schending van deze informatieplichten.

Op basis van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten overweegt de rechtbank de betalingsverplichting van de gedaagde met 50% te verminderen, wat neerkomt op een verlaging van de hoofdsom van €1.553,13. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hier schriftelijk over uit te laten. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de rolzitting op 8 februari 2022.

Uitkomst: Voorlopig oordeel dat precontractuele en contractuele informatieplichten zijn geschonden met voorgenomen sanctie van 50% vermindering van de hoofdsom.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 9509839 \ CV EXPL 21-4452
Vonnis van 11 januari 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CAPACCS INVEST B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eisende partij,
gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 1.799,72, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.
1.3.
Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2.De beoordeling

Ambtshalve toetsen
2.1.
Deze zaak gaat over een bestelling van gedaagde partij als consument bij een webwinkel. Gedaagde partij heeft daarbij gekozen voor achteraf betalen.
2.2.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:HR:NL:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
2.3.
Eisende partij heeft geen printscreens van de bestelprocedure bij de webwinkel emma-sleep.nl ingediend, zodat niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW. De kantonrechter is dan ook van voorlopig oordeel dat niet is voldaan aan die precontractuele informatieplichten. Dat levert een voldoende ernstige schending op van alle essentiële precontractuele informatieplicht(en).
2.4.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat gedaagde partij contractueel niet is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder: g (leveringstermijn). Uit de overgelegde factuur is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht is voldaan.
2.5.
De kantonrechter heeft het voornemen om aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/kanton) de betalingsverplichting van gedaagde partij vanwege voornoemde schending(en) te verminderen met 50%. Dit betekent dat de hoofdsom (€ 1.553,13) wordt verminderd met genoemd percentage. Eisende partij mag daarop eerst nog reageren.
2.6.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 8 februari 2022, waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.5.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022. (me)