Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende in [woonplaats] ,
wonende in [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert eiser ontruiming van de woning vanwege een huurachterstand van meer dan tien maanden, structureel te laat betalen van de huur en verwaarlozing van het gehuurde door gedaagde. De kantonrechter beoordeelt in kort geding of ontbinding van de huurovereenkomst in de bodemprocedure te verwachten is.
De voorzieningenrechter acht geen van de door eiser aangedragen tekortkomingen zodanig ernstig dat ontbinding waarschijnlijk is. Hoewel de huurachterstand groter is dan drie maanden, is er een vonnis waarbij eiser bij verstek is veroordeeld tot onderhoudswerkzaamheden, met verbeurde dwangsommen die vele malen hoger zijn dan de huurachterstand. Deze dwangsommen en de huurachterstand kunnen volgens de rechter met elkaar worden verrekend.
Daarnaast wordt het structureel te laat betalen van de huur mede veroorzaakt door afspraken en communicatieproblemen tussen partijen en de voormalig beheerder. De vermeende verwaarlozing van de woning is niet ernstig genoeg om ontruiming te rechtvaardigen. Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen en moet eiser de proceskosten van gedaagde betalen.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat de verbeurde dwangsommen de huurachterstand overtreffen en verrekend kunnen worden.