Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
40 (veertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
20 (twintig) dagen.
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit;
(…) Ik werd door de politie van mijn bed gehaald. Ze hadden gevraagd of ze mochten binnenkomen. Er lagen oude weegschalen. Daar zat een beetje drugs op. (…) Het klopt dat ik gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer 3] . (…) Het is wel eens gebeurd dat er mensen in mijn huis drugspakketjes hebben gemaakt. (…) Het is ook wel eens twee of drie keer gebeurd dat ik pakketjes voor [alias] heb rondgebracht. In die periode ben ik verkeerd bezig geweest. (…) Als ze pakketjes kwamen maken, kreeg ik minimale stukjes. (…) Ik rookte voor een paar euro. Het was geen afspraak. Ik kreeg soms wel, soms niet. (…)
V: Maar hoe weet je dat ze dit zelf wegen? A: Omdat ze die weegschaal bij mij neerlegde en zeiden dat ze die gebruikt hadden om mee af te wegen. V: Wat wogen ze er mee af? A: Donker en licht. V: Heroine en cocaine? A: Volgens mij wel ja. (…)V: Hoe lang geleden is dit begonnen? A: Een jaartje. (…) A: Meestal verdeelden ze een klontje in boterhamzakjes. Met een vuurtje smelten ze het zakje weer aan elkaar. V: Hoeveel zakjes maakten ze dan? A: Tussen de vijf en de tien. (…) V: Jij wist dus wel dat er in jou woning drugs gewogen werd en klaargemaakt werd voor de verkoop? A: Ja, maar ik heb er nooit aan meegewerkt. (…) V: Ik laat je nu twee foto's zien en wil je vragen om te zeggen of je deze jongens kent. Deze foto'' worden als bijlage aan dit verhoor toegevoegd. A: Die met het bruine haar is [alias] . V: En die andere? A: [naam 3] . (…) V: Over [naam 2] heb jij gisteren verklaard dat hij wel in jouw woning kwam om drugs te wegen. Klopt dat? A: Ja, dat klopt dat is wel een paar keer gebeurd. (…) V: Wat is de relatie tussen [naam 2] en [alias] ? (…) A; Ik heb niet zelf gezien dat ze het kochten maar ze kwamen dan wel eens samen bij mij en hadden dan spul bij zich. Soms gingen ze dan ook wel bij mij wegen en inpakken (…) V: Wie is de persoon op deze foto? A: Dat is [naam 3] .