Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Partijen woonden circa vijf jaar samen en namen gezamenlijk twee honden in huis. Na hun scheiding in 2019 nam verweerster de honden mee, waarna verzoeker aanvankelijk een bezoekregeling had om de honden regelmatig te zien.
Verzoeker vorderde dat de kantonrechter zou vaststellen dat hij eigenaar is van de honden en dat hij ze regelmatig bij zich mag hebben. Verweerster stelde dat zij eigenaar is en dat de bezoekregeling vanwege haar psychische gezondheid moest stoppen.
De kantonrechter oordeelde dat partijen tijdens samenwoning gezamenlijk eigenaar waren, maar dat de honden bij de scheiding in onderling overleg aan verweerster zijn toegekend. De bezoekregeling was een duurovereenkomst die door veranderde omstandigheden, waaronder spanningen en psychische klachten, kon worden beëindigd.
De kantonrechter wees het verzoek af en bepaalde dat verzoeker geen eigendomsrechten kan doen gelden en niet kan afdwingen dat de bezoekregeling wordt voortgezet. Ook hoeft verzoeker sinds het stopzetten van de regeling niets meer voor de honden te betalen.
Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten vanwege hun voormalige levenspartnerschap en de aard van het geschil.
Uitkomst: Verzoek tot eigendomsvaststelling en voortzetting bezoekregeling van honden wordt afgewezen.