Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
Maatregel
PIJ waardig feit
Gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens
De veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen
In het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling
Duur van de maatregel
Gevangenisstraf
8.De schade van de benadeelde
9.De vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 08/710095-18
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
322 (driehonderdtweeëntwintig) dagen(feiten 1, 2, 3 en 4);
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
€ 3.855,43 (drieduizend achthonderdvijfenvijftig euro en drieënveertig cent), bestaande uit € 855,43 materiële schade en € 3.000,-- immateriële schade. Voormeld bedrag is te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2020;
€ 13,12 (dertien euro en twaalf cent), alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
0 (nul)dagen kan worden toegepast;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige materiële deel dat ziet op de schadepost ‘ziektekosten’ niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de door [slachtoffer] gevorderde overige immateriële schade;