ECLI:NL:RBOVE:2022:601
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ZW-uitkering wegens tijdelijke wijziging in bestaande dienstbetrekking
Eiser, werkzaam als conciërge bij een basisschool, meldde zich ziek op 7 november 2019 en vorderde een ZW-uitkering. Verweerder stelde dat er sprake was van één doorlopend dienstverband met een tijdelijke wijziging in arbeidsduur, waardoor loondoorbetaling tijdens ziekte van toepassing is en geen ZW-uitkering wordt toegekend.
Eiser betoogde dat hij aanspraak maakte op een ZW-uitkering over twee afzonderlijke dienstverbanden met verschillende werktijdfactoren, verwijzend naar brieven en een bijlage bij zijn benoeming die de tijdelijke uitbreiding van uren vastlegden. De rechtbank toetste dit aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en concludeerde dat er geen sprake was van afzonderlijke dienstverbanden met verschillende rechtsgevolgen.
De brieven en bijlagen gaven een tijdelijke wijziging weer binnen de bestaande arbeidsovereenkomst, zonder wezenlijke verschillen in arbeid of arbeidsvoorwaarden. De tijdelijke uitbreiding diende om de duurzame inzetbaarheid van eiser te toetsen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser geen recht heeft op ziekengeld op grond van de Ziektewet.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot weigering van een ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard.