ECLI:NL:RBOVE:2022:621
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens onvoldoende bewijs van rechterlijke partijdigheid
Verzoekers, ouders van twee minderjarige kinderen onder voogdij, dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die hun eerdere gezags- en omgangszaken behandelde. Zij voelden zich onheus bejegend en meenden dat de rechter vooringenomen was, mede vanwege het gebruik van een CHOP-list in de procedure.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet te laat was ingediend en dat de klachten over de rechterlijke beslissing zelf niet via wraking kunnen worden aangevochten, maar via rechtsmiddelen zoals hoger beroep. Concrete aanwijzingen voor partijdigheid ontbraken, evenals objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Hoewel het vertrouwen van verzoekers in de rechter was geschaad, concludeerde de wrakingskamer dat dit niet voldoende was om wraking toe te kennen. De kamer adviseerde wel om in het belang van het vertrouwen in de rechtspleging de zaak door een andere kamer te laten behandelen. Het wrakingsverzoek werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor partijdigheid.