AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid eisers wegens ontbreken machtiging algemene vergadering voor procedure
Deze zaak betreft een geschil over het bestuur van de rechtspersoon Het Heideveld, die grond bezit in de buurtschap Steenwijkerwold. Eisers stellen dat zij de rechtmatige bestuursleden zijn en vorderen dat gedaagden zich niet langer als bestuursleden mogen voordoen, met aanvullende vorderingen zoals afgifte van administratie en rectificatie.
Gedaagden betwisten het bestuur en voeren aan dat eisers niet bevoegd zijn tot het voeren van deze procedure omdat de algemene vergadering geen machtiging heeft verleend, wat volgens artikel 33 lid 6 vanPro de statuten vereist is. Tijdens de zitting bleek dat de algemene vergadering op 18 november 2021 geen machtiging heeft verleend en ook niet over het verzoek heeft gestemd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het ontbreken van deze machtiging leidt tot niet-ontvankelijkheid van eisers. Argumenten van eisers dat spoedeisend belang en redelijkheid en billijkheid een uitzondering rechtvaardigen, worden verworpen. De rechter benadrukt dat een algemene vergadering gepland staat en dat organisatorische redenen geen omweg mogen rechtvaardigen.
Ten slotte wijst de rechter op de rol van de onbetwiste bestuursleden om de algemene vergadering te organiseren om het geschil te doorbreken. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten, die begroot zijn op € 618,00.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken machtiging algemene vergadering en veroordeeld in proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : C/08/275559 / KG ZA 21-288
PROCES-VERBAALvan de mondelinge uitspraak van 7 januari 2022
in het kort geding van:
1. rechtspersoon HET HEIDEVELD MET DAARTOE BEHORENDE FONDSEN EN EIGENDOMMEN IN DE BUURTSCHAP STEENWIJKERWOLD, gevestigd te Steenwijkerwold, hierna te noemen Het Heideveld,
2. [eiser 2], in zijn hoedanigheid als bestuurslid van Het Heideveld en voor zich in privé,
3. [eiser 3], in zijn hoedanigheid als bestuurslid van Het Heideveld en voor zich in privé,
4. [eiser 4], in zijn hoedanigheid als bestuurslid van Het Heideveld en voor zich in privé,
5. [eiser 5], in zijn hoedanigheid als bestuurslid van Het Heideveld en voor zich in privé,
allen woonplaats kiezende ten kantore van hun hierna te noemen advocaat te Wolvega,
hierna gezamenlijk te noemen eisers en afzonderlijk respectievelijk Het Heideveld, [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 5] ,
advocaat: mr. A.J. Roos te Wolvega,
tegen
1.[gedaagde 1] , wonende te Steenwijkerwold,
2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen [gedaagde 1] respectievelijk [gedaagde 2] ;
verschenen in persoon.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 januari 2022.
Tegenwoordig:
- mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, voorzieningenrechter
- mr. M.J. Daggenvoorde, griffier.
De voorzieningenrechter stelt vast dat na uitroeping van de zaak alle partijen zijn verschenen, eisers met mr. Roos voornoemd.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank ter zitting mondeling uitspraak gedaan.
1.De gronden van de beslissing
Waar gaat deze zaak over?
1.1.
Het Heideveld is een rechtspersoonlijkheid bezittende rechtsfiguur van eigenaard, opgericht ter bescherming van de belangen van de boeren in haar omgeving. Het Heideveld heeft ongeveer 360 hectares grond in eigendom in de buurtschap Steenwijkerwold, waarvan ongeveer 72 hectare bos en wegen.
1.2.
Deze procedure gaat over de vraag wie de bestuursleden zijn van Het Heideveld. Volgens eisers zijn [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 5] de rechtmatige bestuursleden. Zij vragen in deze procedure kort gezegd veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om zich niet langer uit te geven en te handelen als secretaris/ontvanger respectievelijk voorzitter/bestuurslid van Het Heideveld, op straffe van een dwangsom. Voorts vorderen eisers van [gedaagde 1] afgifte van de administratie en van € 4.000,00 in contanten en van [gedaagde 2] onder meer het ondertekenen van een rectificatiebrief.
1.3.
Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is [gedaagde 2] nog steeds bestuurslid en voorzitter van Het Heideveld, ondanks het feit dat hij niet is herbenoemd in maart 2021 en ontslag heeft genomen in juni 2021. Verder stellen zij zich op het standpunt dat eisers niet gerechtigd zijn tot het voeren van deze procedure, omdat de algemene vergadering van stemgerechtigden (hierna: algemene vergadering) geen machtiging heeft verleend op grond van artikel 33 lid 6 vanPro de statuten van Het Heideveld. Sterker nog, de machtiging tot het voeren van rechtsgedingen is volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geweigerd op de vergadering van 18 november 2021.
Eisers niet-ontvankelijk
1.4.
Op grond van artikel 33 lid 6 vanPro de statuten van Het Heideveld behoren besluiten tot het voeren van rechtsgedingen tot de bevoegdheid van de algemene vergadering. Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk is geworden dat de algemene vergadering geen besluit heeft genomen om deze procedure te voeren. Op de algemene vergadering van 18 november 2021 is een algemeen machtigingsverzoek geagendeerd, onder meer tot het voeren van eventuele rechtsgedingen. Dergelijke verzoeken staan elk jaar op de agenda van Het Heideveld, maar op 18 november 2021 is er geen machtiging verleend en er is ook niet over gestemd in verband met de op dat moment geëiste stemming conform de statuten door een of meer stemgerechtigden. De conclusie is dat een machtiging ontbreekt.
1.5.
Eisers hebben vervolgens aangevoerd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om eerst toestemming van de algemene vergadering te vragen, mede gelet op het spoedeisend belang bij haar vorderingen. De voorzieningenrechter volgt eisers daarin niet. Het is niet aannemelijk geworden dat Het Heideveld zodanig beperkt wordt in haar handelen dat zij genoodzaakt is om zonder machtiging te procederen. Ter zitting is gebleken dat eisers inmiddels gebruik kunnen maken van de betaalrekening en het e-mailadres van Het Heideveld. Bovendien staat een volgende algemene vergadering al gepland op 22 januari 2022. De vraag is of deze fysiek doorgang kan vinden in verband met de coronamaatregelen, maar er zijn ook voldoende mogelijkheden om dergelijke vergaderingen inclusief een stemming online te organiseren. Daarnaast is het zo dat er nog veel uitzoekwerk moet plaatsvinden over het stemgebied en de stemgerechtigden, maar daarvan is onvoldoende aannemelijk geworden dat dit niet op tijd klaar zou kunnen zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mag deze laatste reden van organisatorische aard ook geen reden zijn om een dergelijke belangrijke beslissing van de algemene vergadering te omzeilen.
1.6.
Tot slot voeren eisers aan dat zij de vorderingen ook instellen als bestuurslid en in persoon. Dat maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat zij alsnog via deze omweg ontvankelijk zijn. Het gaat namelijk nog steeds om dezelfde vorderingen en om de vraag wie de bestuursleden van Het Heideveld zijn op dit moment. Kortom: het belang van Het Heideveld staat centraal in deze procedure. Om daarover te oordelen moeten eisers een machtiging hebben van de algemene vergadering. Nu deze ontbreekt is de conclusie dat eisers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen.
Ten overvloede
1.7.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om nog enkele opmerkingen te plaatsen, zodat de patstelling waarin partijen zich bevinden mogelijk kan worden doorbroken. Partijen zijn het er over eens dat er een algemene vergadering zou moeten plaatsvinden, waarbij er met name kan worden besloten over (nieuwe) leden van het bestuur. Niet in geschil is dat [eiser 2] en [eiser 3] nog steeds bestuurslid zijn. [gedaagde 2] had in maart 2021 herbenoemd moeten worden en dat is tot op heden niet gebeurd. Op het moment dat [gedaagde 2] ontslag nam in juni 2021 was hij dus al geen bestuurslid meer. Dat maakt dat [eiser 2] en [eiser 3] als onbetwiste bestuursleden van Het Heideveld de rol van organisatoren van de algemene vergadering op zich zouden moeten nemen om te komen tot beslissingen over nieuwe leden van het bestuur en andere prangende onderwerpen.
Proceskosten
1.8.
Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] worden begroot op € 309,00 aan griffierecht.
2.De beslissing
De voorzieningenrechter
2.1.
verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen,
2.2.
veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 1] tot op heden begroot op € 309,00 en aan de zijde van [gedaagde 2] op € 309,00,
2.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.