Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende in [woonplaats] ,
wonende in [woonplaats] ,
1.De gronden van de beslissing
2.2. De beslissing
2.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 550,60;
Rechtbank Overijssel
Tussen partijen heeft een huurovereenkomst bestaan voor een kamer met een maandelijkse huurprijs van €510,- en een borg van één maand huur. De huurcommissie stelde vast dat eiser teveel huur heeft betaald, waarop eiser terugbetaling vordert van het teveel betaalde bedrag en de borg.
De kantonrechter constateert dat gedaagde al bijna het gehele bedrag van €2.894,16 heeft terugbetaald, met uitzondering van €134,66. Over de borg bestaat een geschil omdat gedaagde deze deels verrekent met herstelkosten van schade aan de kamer. Gedaagde heeft echter onvoldoende onderbouwd welke schade is veroorzaakt en welke herstelkosten zijn gemaakt, waardoor slechts €150,- in mindering wordt gebracht.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €494,66 plus wettelijke rente vanaf 22 april 2021, rekening houdend met reeds gedane betalingen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onjuiste hoofdsom en onjuiste aanzegging. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €494,66 plus wettelijke rente en proceskosten.