ECLI:NL:RBOVE:2022:825
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende steunbewijs bij ontucht met minderjarige
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin een 63-jarige man werd verdacht van meervoudige ontucht met een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet had bereikt. Het slachtoffer had concreet en gedetailleerd verklaard, maar verdachte ontkende alle seksuele handelingen.
De rechtbank stelde vast dat in zedenzaken vaak sprake is van het woord van het slachtoffer tegen dat van de verdachte. Volgens artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een bewezenverklaring niet uitsluitend op de verklaring van het slachtoffer worden gebaseerd, maar moet er voldoende steunbewijs zijn. In dit dossier bestond het steunbewijs uit verklaringen van de ouders van het slachtoffer, die echter terug te voeren waren op dezelfde bron, namelijk het slachtoffer zelf, en geen objectief bewijs leverden.
De rechtbank concludeerde dat het bewijsminimum niet was gehaald omdat er geen andere getuigenverklaringen of bewijsmiddelen waren die de verklaring van het slachtoffer ondersteunden. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij. De benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, die zij alleen bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer.