ECLI:NL:RBOVE:2022:918
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen besluit rijvaardigheidsonderzoek
Eiser ontving een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen waarin hij werd verplicht een rijvaardigheidsonderzoek te ondergaan. Tegen dit besluit diende eiser een bezwaarschrift in, dat echter niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in, maar dit beroep werd te laat ingediend, zoals vastgesteld door de voorzieningenrechter.
Tijdens de zitting kon eiser geen afdoende reden geven voor de overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden die eiser aanvoerde, zoals moeizame postbezorging en persoonlijke omstandigheden, voor zijn eigen rekening en risico komen. Bovendien had eiser voldoende mogelijkheden om tijdig beroep in te stellen, eventueel met hulp van derden.
De rechtbank wees erop dat eiser verantwoordelijk is voor het behartigen van zijn belangen en het tijdig informeren van het bestuursorgaan over adreswijzigingen. Omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, evenals het verzoek om voorlopige voorziening.
Daarnaast werd vastgesteld dat een eerder bezwaar tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs eveneens niet-ontvankelijk was verklaard vanwege termijnoverschrijding en dat daartegen geen beroep was ingesteld. Hierdoor staat de ongeldigverklaring vast en kan alleen hernieuwd rijexamen leiden tot herstel van het rijbewijs.
De voorzieningenrechter gaf eiser in overweging overleg te plegen met verweerder over het zo spoedig mogelijk afleggen van theorie- en praktijkexamen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder afdoende verklaring.