Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
- mevrouw [A] , namens de raad voor de kinderbescherming, verder: de raad.
De feiten
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De minderjarige heeft via de informele rechtsingang een brief geschreven waarin hij verzoekt zijn hoofdverblijfplaats bij zijn vader te bepalen en de zorgregeling met zijn moeder vast te stellen op een weekend per twee weken. De rechtbank heeft deze brief ontvangen en de minderjarige heeft zijn verzoek toegelicht in een gesprek met de rechter.
Tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren sprak de rechter met beide ouders en de raad voor de kinderbescherming. De minderjarige verblijft feitelijk bij zijn vader en gaat eens in de twee weken een weekend naar zijn moeder, conform zijn wens. De rechtbank constateert dat de ouders nog niet goed met elkaar kunnen overleggen, wat nadelig is voor het kind.
De kinderrechter heeft de ouders geadviseerd contact te zoeken met de gemeente voor hulp bij hun communicatie. Omdat de feitelijke situatie reeds overeenkomt met het verzoek van de minderjarige en ouders zelf afspraken gaan maken, ziet de rechtbank geen aanleiding om zelf een beslissing te nemen over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling.
De rechtbank wijst daarom het verzoek af en stelt vast dat ouders zich tot de gemeente zullen wenden om hun onderlinge communicatie te verbeteren. De beschikking is uitgesproken door kinderrechter W.M.B. Elferink op 30 maart 2022.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot wijziging van hoofdverblijfplaats en zorgregeling wordt afgewezen omdat de feitelijke situatie overeenkomt met zijn wens en ouders afspraken maken.