Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2022:928

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 maart 2022
Publicatiedatum
7 april 2022
Zaaknummer
C/08/275507 / FA RK 21-3236
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek minderjarige tot wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling

De minderjarige heeft via de informele rechtsingang een brief geschreven waarin hij verzoekt zijn hoofdverblijfplaats bij zijn vader te bepalen en de zorgregeling met zijn moeder vast te stellen op een weekend per twee weken. De rechtbank heeft deze brief ontvangen en de minderjarige heeft zijn verzoek toegelicht in een gesprek met de rechter.

Tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren sprak de rechter met beide ouders en de raad voor de kinderbescherming. De minderjarige verblijft feitelijk bij zijn vader en gaat eens in de twee weken een weekend naar zijn moeder, conform zijn wens. De rechtbank constateert dat de ouders nog niet goed met elkaar kunnen overleggen, wat nadelig is voor het kind.

De kinderrechter heeft de ouders geadviseerd contact te zoeken met de gemeente voor hulp bij hun communicatie. Omdat de feitelijke situatie reeds overeenkomt met het verzoek van de minderjarige en ouders zelf afspraken gaan maken, ziet de rechtbank geen aanleiding om zelf een beslissing te nemen over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling.

De rechtbank wijst daarom het verzoek af en stelt vast dat ouders zich tot de gemeente zullen wenden om hun onderlinge communicatie te verbeteren. De beschikking is uitgesproken door kinderrechter W.M.B. Elferink op 30 maart 2022.

Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot wijziging van hoofdverblijfplaats en zorgregeling wordt afgewezen omdat de feitelijke situatie overeenkomt met zijn wens en ouders afspraken maken.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/275507 / FA RK 21-3236
beschikking van 30 maart 2022
in de zaak van
[minderjarige],
verder te noemen: [minderjarige] ,
wonende te [woonplaats] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1],
verder te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] ,
en
[belanghebbende 2] ,
verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. T. Şeker.

1.Het verloop van de procedure

Op 29 december 2021 is de brief van de Kinder- & Jongerenrechtswinkel
Gelderland binnengekomen (gedateerd op 23 december 2021), met als bijlage een handgeschreven brief van [minderjarige] .
Op 26 januari 2022 heeft [minderjarige] zijn brief toegelicht in een gesprek met de rechter.
Op 10 februari 2022 is een bericht van mr. Şeker, de advocaat van moeder, binnengekomen.
De mondelinge behandeling heeft op 16 maart 2022 met gesloten deuren plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de vader,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- mevrouw [A] , namens de raad voor de kinderbescherming, verder: de raad.
De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan mevrouw [B] van de raad.
2.
De feiten
De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] . [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij de moeder en woont feitelijk bij de vader.

3.Het verzoek

[minderjarige] heeft de rechter een brief geschreven. In zijn brief schrijft hij - kort samengevat - dat hij bij zijn vader wil wonen en eens in de twee weken een weekend naar zijn moeder wil.

4.De beoordeling

[minderjarige] heeft, met behulp van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Gelderland, een brief
geschreven waarin hij verzoekt om zijn hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen en om de zorgregeling met moeder vast te stellen op een weekend per twee weken. Deze procedure wordt ook wel een informele rechtsingang genoemd (artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW)). [minderjarige] heeft zijn brief toegelicht in zijn gesprek met de rechter op 26 januari 2022. De rechter heeft vervolgens op 16 maart 2022 met de ouders van [minderjarige] gesproken. De rechter wil de uitkomst van dit gesprek met [minderjarige] delen in de vorm van een brief aan [minderjarige] :
Beste [minderjarige] ,
Ik heb jouw verzoek met je ouders besproken. De raad voor de kinderbescherming was daar ook bij. Ik heb gehoord dat je inmiddels bij je vader verblijft en eens in de twee weken een weekend naar je moeder gaat. Dit gaat inmiddels zoals jij hebt gevraagd. Het is fijn dat het nu zo gaat. Ik heb wel gemerkt dat je ouders nog niet goed met elkaar kunnen overleggen. Dat is niet fijn voor jou. Ik heb daarom met jouw ouders afgesproken dat ze contact zoeken met de gemeente om hulp te krijgen om beter met elkaar te overleggen. Volgens de raad zou het ook goed zijn dit te doen. Je ouders weten nu wat er speelt en zijn het erover eens dat jij bij je vader woont. Zij gaan over de precieze verdeling afspraken maken (met behulp van iemand van de gemeente).
Het is dapper dat je een brief hebt geschreven en jouw gevoelens over je thuissituatie hebt geuit. Omdat jouw vader en moeder afspraken gaan maken en de feitelijke situatie al is zoals jij hebt gevraagd hoeft de rechtbank daar niet meer over te beslissen. Dat doen jouw ouders nu voor jou.
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter

5.De beslissing

De rechtbank:
stelt vast dat de ouders zich wenden tot de gemeente gericht op verbetering van hun onderlinge communicatie;
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.M.B. Elferink, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2022 in tegenwoordigheid van mr. A.M. Albers, griffier.