Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
zaakdoende te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 129,49
- griffierecht € 693,00
- salaris gemachtigde
- totaal € 1.320,49
Rechtbank Overijssel
Eiser, handelend onder de naam A Living, heeft een huurovereenkomst met gedaagde voor een gebouwde onroerende zaak. Gedaagde is in gebreke gebleven met betaling van de huur en verbruikskosten over de periode november 2020 tot en met maart 2022, met een totale huurachterstand van €14.700.
Eiser vordert ontruiming van het gehuurde binnen twee weken na betekening van het vonnis, betaling van de huurachterstand met wettelijke rente, en betaling van de maandelijkse huur tot ontruiming. Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.
De kantonrechter oordeelt dat de ontruiming een ingrijpende maatregel is, maar gezien de ernst van de betalingsachterstand en het ontbreken van een gegrond verweer, is het aannemelijk dat de bodemrechter de ontruiming zal bevestigen. De vordering wordt toegewezen met een gematigde dwangsom van €50 per dag tot een maximum van €5.000.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, maandelijkse huur bij niet-ontruiming, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter K.J. Haarhuis op 1 april 2022.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van huurachterstand met rente en kosten.