Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Overijssel
Deze zaak betreft een kort geding over de dreigende stopzetting van de levering van energie aan vier panden van eiser door gedaagde sub 1, een onderneming van gedaagde sub 2. Eiser vordert nakoming van de levering op grond van een raamovereenkomst tussen gedaagde sub 1 en GGP met looptijd tot eind 2026.
Eiser en gedaagde sub 2 hebben een langlopend samenwerkingsverband en er is een geschil ontstaan na de verkoop van aandelen van gedaagde sub 1 aan gedaagde sub 2. Eiser zegt de opdrachtovereenkomst met gedaagde sub 2 op en gedaagde sub 2 kondigt de stopzetting van energielevering aan.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat er weliswaar een mondelinge overeenkomst bestaat tussen eiser en gedaagde sub 1 over levering van energie, maar dat onvoldoende aannemelijk is dat deze een duurovereenkomst voor bepaalde tijd betreft die niet tussentijds kan worden opgezegd. De overeenkomst wordt gezien als voor onbepaalde tijd, die gedaagde sub 1 met redelijke opzegtermijn mag beëindigen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat beëindiging geen noodsituatie veroorzaakt, omdat eiser voldoende tijd heeft om een nieuwe leverancier te vinden. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van energielevering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.