Eiseres verstrekte een lening van €75.000 aan de partner van gedaagde en diens vennootschap. In een latere overeenkomst van 26 maart 2018 werd gedaagde als mededebiteur opgenomen voor een totaalbedrag van €78.500 inclusief rente en kosten, met terugbetaling uiterlijk 6 september 2019. Gedaagde betwistte de authenticiteit van haar handtekening onder deze overeenkomst.
Eiseres overlegde een deskundigenrapport van Justiniana, dat concludeerde dat het zeer waarschijnlijk is dat de betwiste handtekening door gedaagde is gezet. Gedaagde voerde diverse bezwaren aan tegen het rapport, waaronder het ontbreken van de originele overeenkomst en onvoldoende vergelijkingsmateriaal. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek op basis van kopieën mogelijk is en dat de bezwaren onvoldoende gemotiveerd waren.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde hoofdelijk aansprakelijk is voor de lening en veroordeelde haar tot betaling van €78.500 plus wettelijke rente vanaf 6 september 2019. Tevens werden de kosten van de deskundige, beslagkosten en proceskosten toegewezen aan eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.