Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.Samenvatting
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 januari 2023, waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier.
Rechtbank Overijssel
Partijen, beiden Iraanse nationaliteit, zijn in 2019 in Iran getrouwd met een huwelijksakte waarin een bruidsgave van honderd Bahar Azadi gouden munten is overeengekomen. De vrouw vordert overdracht van deze munten of een equivalent van € 50.670,00. De man woont in Nederland, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Iraans recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime.
De man voert verweren aan zoals bedrog, afstand van de bruidsgave door scheiding, gemeenschap van goederen en onvoldoende draagkracht. De rechtbank verwerpt deze verweren omdat ze onvoldoende onderbouwd zijn, niet stroken met Iraans recht of niet van toepassing zijn. De bruidsgave valt niet in de huwelijksgemeenschap en kan niet worden herijkt of gematigd.
Omdat de man niet over honderd gouden munten beschikt, wordt de primaire vordering afgewezen en wordt hij veroordeeld tot betaling van het equivalent van € 50.670,00. De reconventionele vorderingen van de man tot terugbetaling van bedragen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de man tot betaling van € 50.670,00 aan de vrouw wegens de Iraanse bruidsgave.