Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling, waarbij Rentree een pleitnota heeft overgelegd.
Rechtbank Overijssel
Eiser huurt sinds 12 juli 2019 een woning van woningstichting Rentree. In een bodemprocedure heeft de kantonrechter op 21 maart 2023 de huurovereenkomst ontbonden wegens het niet hebben van hoofdverblijf in het gehuurde en is eiser veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen. Rentree heeft de ontruiming aangekondigd tegen 18 april 2023.
Eiser vordert in kort geding de schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat in hoger beroep een beslissing is genomen. Hij stelt dat de kantonrechter in de bodemzaak een kennelijke misslag heeft gemaakt door de toepasselijkheid van de algemene huurvoorwaarden zonder motivering aan te nemen en dat hij onvoldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunten te presenteren. Tevens voert hij medische redenen aan als nieuw feit.
De kantonrechter oordeelt dat een kennelijke misslag niet is aangetoond omdat de beoordeling van de feiten en bewijsbeslissingen niet onbegrijpelijk of tegenstrijdig is. De medische omstandigheden van eiser zijn niet nieuw, aangezien hij deze al in de bodemprocedure heeft aangevoerd en bovendien geen noodtoestand is vastgesteld. Het belang van Rentree bij directe ontruiming, mede vanwege de schaarste aan sociale woningen, weegt zwaarder dan het belang van eiser bij schorsing.
Daarom wordt de vordering van eiser afgewezen en wordt hij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.