In deze zaak stond centraal of de huurder, na betaling van een bedrag van € 23.413,15 aan achterstallige huur ná dagvaarding, nog rente en incassokosten aan de verhuurder verschuldigd was. Tevens werd beoordeeld of de huurovereenkomst moest worden ontbonden en het pand ontruimd.
De kantonrechter stelde vast dat de huurder de rente en buitengerechtelijke incassokosten moest betalen, maar dat de tekortkoming in de huurbetaling onvoldoende was om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. De huurachterstand was weliswaar hoog, maar binnen twee maanden na dagvaarding volledig voldaan en daarna werden de huurtermijnen tijdig betaald.
De huurder had onvoldoende onderbouwd dat zij recht had op huurkorting wegens coronamaatregelen, zoals vereist op grond van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. De vordering van de huurder tot terugbetaling wegens onverschuldigde betaling werd afgewezen.
De kantonrechter wees de ontbinding en ontruiming af, veroordeelde de huurder tot betaling van € 390,82 aan rente en incassokosten met wettelijke rente vanaf 7 oktober 2022, en veroordeelde haar in de proceskosten. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.