ECLI:NL:RBOVE:2023:1529

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 mei 2023
Publicatiedatum
2 mei 2023
Zaaknummer
08.286704.22 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 SrArt. 359 SvArt. 63 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige van veertien jaar

Op 23 april 2021 pleegde de verdachte meerdere ontuchtige handelingen met een toen 14-jarig meisje in Zwolle, waaronder betasten, zoenen en het proberen losmaken van haar riem. De verdachte bekende deze feiten tijdens de terechtzitting van 18 april 2023.

De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte onder meer het hoofd van het slachtoffer naar zijn ontblote en bedekte penis duwde en daarbij aandrong met woorden als “doe dan, doe dan, doe gewoon, heel eventjes”. Het slachtoffer kende verdachte van gezicht en werd ’s avonds na 22.00 uur door hem aangesproken en meegenomen richting een flat.

De rechtbank hield bij de strafoplegging rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn problematiek en eerdere veroordelingen. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voor ontuchtige handelingen met een minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.286704.22 (P)
Datum vonnis: 2 mei 2023
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats] (Somalië),
nu uit andere hoofde gedetineerd in de P.I. Zwolle.

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 april 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M.H.G. Scharenborg en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. K. Kok, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 23 april 2021 in Zwolle bij de toen veertienjarige [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 23 april 2021 te Zwolle, althans in Nederland,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren
nog niet had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het aan die [slachtoffer] vragen of ze van ‘grote piemels houdt’ en/of ‘of ze deze
al in haar heeft gehad’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het (meermalen) knijpen in en/of betasten van de billen van die [slachtoffer]
en/of
- het (meermalen) betasten/aanraken van de borsten van die [slachtoffer] en/of
- het zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het optillen van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) die [slachtoffer] naar een
steeg te dragen/brengen en/of
- (vervolgens) (meermalen) die [slachtoffer] proberen te zoenen en/of
- het duwen/brengen van het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn (ontblote) penis
en/of daarbij de woorden toe te voegen: “doe dan, doe dan, doe gewoon, heel
eventjes”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- het proberen los te maken van de riem van die [slachtoffer] en/of
- (in de lift) het brengen/duwen van het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn
(bedekte) penis.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsmotivering

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door verdachte gepleegde ontuchtige handelingen, zoals die ten laste zijn gelegd, bewezen kunnen worden verklaard.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. [1]
  • het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 april 2023, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
  • het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 27 mei 2021 (pagina’s 9 tot en met 21).
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 23 april 2021 te Zwolle, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het aan die [slachtoffer] vragen of ze van “grote piemels houdt” en “of ze deze al in haar heeft gehad” en
- het meermalen knijpen in en betasten van de billen van [slachtoffer] en
- het betasten van de borsten van [slachtoffer] en
- het zoenen van [slachtoffer] en
- het optillen van [slachtoffer] en vervolgens [slachtoffer] naar een steeg dragen en
- vervolgens meermalen [slachtoffer] proberen te zoenen en
- het duwen van het hoofd van [slachtoffer] naar zijn ontblote penis en daarbij de woorden toe te voegen: “doe dan, doe dan, doe gewoon, heel eventjes”, en
- het proberen los te maken van de riem van [slachtoffer] en
- in de lift het duwen van het hoofd van [slachtoffer] naar zijn bedekte penis.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 247 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
het misdrijf:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7.De op te leggen straf of maatregel

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.
7.2
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de op te leggen straf heeft de raadsman de rechtbank verzocht aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor ontucht met een minderjarige tegen betaling. De raadsman heeft ook verzocht met de leeftijd van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit rekening te houden en heeft tevens gewezen op het oriëntatiepunt “aanranding” voor minderjarigen. De oriëntatiepunten maken dat een gevangenisstraf van drie maanden passend zou zijn, aldus de raadsman. Tot slot heeft de raadsman opgemerkt dat het ten laste gelegde feit inmiddels twee jaar geleden heeft plaatsgevonden.
7.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De aard en de ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer] , die toen veertien jaar oud was. Verdachte en [slachtoffer] kwamen elkaar ‘s avonds na 22.00 uur tegen op straat en [slachtoffer] werd door verdachte aangesproken. Zij kende verdachte van gezicht. Verdachte liep samen met [slachtoffer] richting de flat waar [slachtoffer] naar onderweg was. Verdachte heeft vervolgens aan [slachtoffer] gevraagd of zij van
“grote piemels houdt”en
“of ze deze al in haar heeft gehad”. Ook heeft hij haar billen en borsten betast, heeft hij haar gezoend, heeft hij haar opgetild en haar naar een steeg gedragen om haar vervolgens met haar hoofd naar zijn ontblote penis te duwen en te zeggen
“doe dan, doe dan, doe gewoon, heel eventjes”. Vervolgens heeft hij ook geprobeerd om de riem van [slachtoffer] los te maken. Daarna heeft verdachte in de lift van de flat het hoofd van [slachtoffer] naar zijn bedekte penis geduwd. Voor [slachtoffer] moet dit een heel akelige ervaring zijn geweest.
Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen uitdrukkelijk beschermd, onder meer op de grond dat zij op seksueel gebied nog niet volgroeid zijn en dat zij worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact voldoende te kunnen inschatten. Handelingen zoals verdachte die heeft gepleegd, vormen een inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en kunnen, naar de ervaring leert, leiden tot blijvende psychische schade. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk van tevoren niet stilgestaan en heeft zijn eigen behoeften boven het belang van zijn slachtoffer geplaatst. Dit neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.
De persoon van de verdachte
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 20 maart 2023, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank heeft, op de voet van het bepaalde in artikel 63 Sr Pro, rekening gehouden met een eerdere veroordeling van verdachte.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering van 11 april 2023, waaruit blijkt dat verdachte staat geregistreerd als veelpleger en dat er sprake is van een delictpatroon, maar niet op het gebied van zedendelicten. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog en er zijn problemen op alle leefgebieden. Verdachte is dakloos, heeft geen dagbesteding, geen inkomen, wel schulden, verdachte is bekend met gedragsproblemen en is bekend binnen de jeugdhulpverlening. Ook is sprake van middelengebruik en zijn er vragen op het gebied van het psychosociaal functioneren van verdachte. Verdachte verblijft op dit moment – in verband met de tenuitvoerlegging van reeds eerder opgelegde straffen – in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Zwolle omdat hij psychotisch gedrag vertoonde. Vanaf 2016 zijn, zowel in vrijwillig als in verplicht kader, hulpverleningstrajecten ingezet. Deze trajecten zijn voortijdig beëindigd omdat verdachte niet kon voldoen aan de verplichtingen. Verdachte krijgt inmiddels ambulante hulp in een vrijwillig kader van Kunnen Support, waar verdachte vertrouwen in lijkt te hebben. Gezien de problematiek en de jeugdigheid van verdachte concludeert de reclassering dat verdachte de ruimte moet krijgen om hulp in een vrijwillig kader te accepteren van iemand die hij vertrouwt. De reclassering adviseert dan ook om aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
De straf of maatregel
De rechtbank heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen zijn opgelegd. Alles overwegende kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

8.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr Pro.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.B. Soppe, voorzitter, mr. A. van Holten en
mr. A.J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2023.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, District IJsselland met nummer ONRBCO21054, onderzoek Lupo. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.