Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
Haviltex).
Rechtbank Overijssel
In deze zaak staat centraal of eiser schadevergoeding moet betalen wegens te late oplevering van veranda’s en overkappingen op een vakantiepark. Gedaagde stelt dat een fatale termijn is overeengekomen en dat eiser daardoor in verzuim is, wat zij betwist. Daarnaast is er discussie over de vergoeding van kosten voor rijplaten en projectmanagement.
De rechtbank oordeelt dat uit de correspondentie en de opdrachtbevestiging blijkt dat geen fatale termijn is overeengekomen. De planning was indicatief en er is een exoneratieclausule opgenomen dat aan de planning geen rechten kunnen worden ontleend. Ook is eiser niet schriftelijk in gebreke gesteld met een redelijke termijn voor nakoming. Daarmee is geen sprake van verzuim.
Verder wijst de rechtbank de vorderingen van gedaagde af, ook voor extra projectmanagementkosten, omdat onvoldoende onderbouwing en causaal verband ontbreken. De kosten voor het plaatsen van rijplaten zijn wel toegekend aan eiser, omdat gedaagde hiermee akkoord is gegaan en onvoldoende heeft betwist dat uitvoering heeft plaatsgevonden.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande factuurbedrag, rente en buitengerechtelijke incassokosten, en wijst de proceskosten toe aan eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Geen verzuim wegens ontbreken fatale termijn; gedaagde moet facturen en kosten rijplaten aan eiser betalen.