De rechtbank Overijssel heeft op 30 mei 2023 uitspraak gedaan in een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde die betrokken was bij de productie en handel in amfetamine. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €246.148,71 aan wederrechtelijk verkregen voordeel, maar dit werd bij zitting aangepast naar €82.049,57, omdat uit DNA-onderzoek bleek dat er meerdere daders waren.
De veroordeelde werd veroordeeld voor meerdere feiten van medeplegen van verboden handelen in strijd met de Opiumwet, waaronder het voorbereiden en bevorderen van amfetamineproductie. De rechtbank baseerde de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel op rapporten en proces-verbaalgegevens, waarbij werd uitgegaan van een productie van circa 450 liter amfetamine-base. De opbrengsten werden berekend op basis van gangbare marktprijzen, en de kosten van productie werden in mindering gebracht.
De rechtbank concludeerde dat het totale wederrechtelijk verkregen voordeel €246.146,71 bedroeg, maar aangezien de veroordeelde samen met twee anderen voordeel had genoten, werd het voordeel toegerekend aan een derde deel, zijnde €82.048,90. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens werd de duur van gijzeling vastgesteld op maximaal 1080 dagen.
De beslissing is genomen op basis van wettige bewijsmiddelen en conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken te Almelo.