ECLI:NL:RBOVE:2023:20
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging termijn realisering bebouwing onder dwangsom
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening gericht op het verlengen van de termijn waarbinnen verzoeker een bebouwing moet realiseren conform een opgelegde last onder dwangsom. De omgevingsvergunning werd onherroepelijk op 15 juli 2020, waarna de realiseringsverplichting binnen 1,5 jaar diende te worden nagekomen. Verzoeker heeft niet binnen deze termijn voldaan en kreeg een dwangsom opgelegd met een begunstigingstermijn tot 15 september 2022, later verlengd tot 1 december 2022.
Verzoeker stelde dat een onzekere financiële situatie hem verhinderde tijdig te voldoen, maar de voorzieningenrechter achtte dit onvoldoende onderbouwd en vond dat dit risico voor rekening van verzoeker komt. De voorzieningenrechter benadrukte dat het algemeen belang van handhaving, de belangen van verzoeker en omwonenden in redelijkheid tot de gekozen termijn leiden. De minder zware maatregel van een dwangsom in plaats van een overtredingsaanmerking werd als passend beschouwd.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om de schorsing van het dwangsombesluit en de verlenging daarvan verder te verlengen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om verlenging van de termijn voor realisering van de bebouwing onder dwangsom wordt afgewezen.