Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de (mondelinge) conclusie van antwoord van [gedaagde] ter rolzitting van 2 mei 2023.
2.Inleiding
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
30 mei 2023. (TD)
Rechtbank Overijssel
Menzis en gedaagde zijn een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan waarbij gedaagde maandelijks premies en een eigen risico moest betalen. Gedaagde liep een betalingsachterstand op van €869,58 voor het eigen risico. Na het sturen van aanmaningen werd op 20 januari 2023 een betalingsregeling getroffen waarbij gedaagde €75 per maand zou betalen, met de eerste betaling uiterlijk op 30 januari 2023.
De eerste betaling kwam niet op tijd binnen, waarna Menzis de regeling beëindigde en gedaagde dagvaardde voor betaling van het openstaande bedrag vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Gedaagde erkende de schuld maar voerde aan dat de eerste betaling niet kon plaatsvinden omdat de Stadsbank Oost Nederland nog niet alles had afgerond, en dat hij daarna wel correct betaalde.
De kantonrechter stelt vast dat Menzis geen verdere herinneringen of contact met gedaagde of de Stadsbank heeft gezocht na het uitblijven van de eerste betaling. Gezien de bereidheid van gedaagde om te betalen en de bekende financiële situatie, had Menzis meer zorgvuldigheid moeten betrachten. Het voortijdig beëindigen van de regeling en het starten van een gerechtelijke procedure was onnodig en onbegrijpelijk.
Daarom wijst de kantonrechter de vordering van Menzis af en veroordeelt Menzis in de proceskosten van gedaagde. De betalingsregeling is inmiddels hervat en zal worden voortgezet.
Uitkomst: De vordering van Menzis wordt afgewezen omdat de betalingsregeling te vroeg is beëindigd en gedaagde nodeloos in rechte is betrokken.