Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De ex-statutaire directeur van Aebi Schmidt Nederland B.V. vorderde loon en vergoedingen na beëindiging van zijn dienstverband. Aebi had het dienstverband opgezegd per 1 juni 2023 met een opzegtermijn van zes maanden voor de werkgever en drie maanden voor de werknemer. De directeur vond per 1 april 2023 ander werk en meldde dit aan Aebi, waarna Aebi een gefixeerde schadevergoeding toepaste wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn.
De directeur betwistte dit en stelde dat het beroep van Aebi op de gefixeerde schadevergoeding in strijd was met goed werkgeverschap, mede omdat hij vanaf 14 november 2022 was vrijgesteld van werk en Aebi zelf het initiatief tot beëindiging had genomen. De rechtbank oordeelde dat het beroep van Aebi onredelijk was en dat de directeur recht had op betaling van het bruto bedrag van €21.666,66, vermeerderd met wettelijke rente.
De rechtbank wees tevens de proceskosten toe aan de directeur en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij toepassing van de gefixeerde schadevergoeding in arbeidsrechtelijke beëindigingen.
Uitkomst: Aebi Schmidt Nederland B.V. wordt veroordeeld tot betaling van €21.666,66 bruto aan de ex-directeur wegens onredelijk beroep op gefixeerde schadevergoeding.