Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
vaderen de
moederals belanghebbenden aan.
1.Het verdere procesverloop
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
[Medewerker Jugendambt 2] , beiden bijgestaan door N. Verduin, beëdigd tolk in de Duitse taal;
2.De verdere inhoudelijke beoordeling
(die laatste ook C/288553/JE RK 22/2057).
nietinternationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de Raad.
De wijze waarop [het kind] zich verhoudt tot beide ouders en de klem waarin zij zich momenteel bevindt. Mogelijkheden en beperkingen om [het kind] op een gezonde wijze contact te kunnen laten ervaren met beide ouders. Afwegen en onderzoeken in hoeverre [het kind] voldoende ontwikkelingsruimte krijgt wanneer zij bij een van haar beide biologische ouders woont, om een gezond contact aan te kunnen gaan met de andere ouder.
- Zicht op het seksueel misbruikprobleem; herkomst van appjes, beleving van deze situatie door [het kind] , plek die vader en moeder hierin innemen en eventueel andere omgevingsfiguren, indien daar aanleiding toe ontstaat.
- De traumatisering van moeder; persoonlijkheidsonderzoek om in kaart te brengen welke problematiek bij haar speelt, wat haar mogelijkheden en beperkingen zijn ten aanzien van de zorg voor een gezin/kinderen, meer specifiek ook [het kind] .
- Mogelijkheden en beperkingen om beide ouders van [het kind] zodanig met elkaar in contact te brengen dat zij als gescheiden ouders op constructieve wijze vorm kunnen geven aan ouderschap voor [het kind] . Mogelijkheden van (forensische) mediation hierin meewegen.”
volledige overeenstemmingbereikt en zijn ter beëindiging van hun geschil o.m. overeengekomen:
tijdlijn Caritas)
tijdlijn Caritas)
(tijdlijn Caritas)
tijdlijn Caritas)
brief Jugendamt)
brief Jugendamt)
tijdlijn Caritas)
brief Jugendamt)
geenaanleiding de zaak ex artikel 15 Brussel Pro II-bis te verwijzen naar de Duitse rechter.
gelet op de ernst van de zorgen en de urgentie om hier duidelijkheid over te krijgen) de opdracht en de regiebevoegdheid om [het kind] te horen en verzoekt de Raad daartoe uiterlijk 25 mei 2020 een verslag van het gesprek in te dienen, dan wel bericht dat en waarom een gesprek niet is gelukt;
(immers, te ruim geformuleerd, r.o. 4.34), dan wel voor de behandeling bij de psychotherapeute
(immers, ouders moeten eerst in overleg, r.o. 4.38);
:
nietverstrekt aan partijen).
– kort gezegd -zo spoedig mogelijk aan te vangen met het onderzoek van zowel [het kind] als moeder en uiterlijk binnen drie maanden te rapporteren;
eerderrapporteert dan over tien maanden. Mocht dit te wijten zijn aan de nog steeds onvoldoende meewerkende houding van moeder en in Duitsland evenmin overgegaan wordt tot de noodzakelijk bevonden neutrale plaatsing, hecht de rechtbank er aan de regie over de verblijfplaats van [het kind] te behouden door het verzoek wijziging hoofdverblijfplaats aan te houden.
vanaf de aanvang van de relatie die moeder met [partner van moeder] kreeg, de ouderlijke strijd in een stroomversnelling is geraakt, waarin [het kind] in toenemende mate klem en verloren raakte. Uiteindelijk dwong deze strijd [het kind] tot een keuze tussen haar ouders, een ouderverstoting. Ze koos voor het gezin [partner van moeder] met moeder en verving vader door [partner van moeder]. Het seksueel misbruik is hierin een prominente factor geworden die [het kind] in toenemende mate tot een vertekend beeld van haar vader dwingt en haar daarbij traumatische ervaringen laat internaliseren. Dit heeft geleid tot een aanpassingsstoornis met angst, mate ernstig, chronisch van aard.”Volgens de deskundige [GZ-medewerker] :
“staat moeder vanuit eigen problematiek aan de oorsprong van het ontstaan van het ouderverstotingsproces bij [het kind] en, vanuit preoccupatie met het seksueel geweld dat ze vader toedicht, eveneens aan de basis van de aanpassingsstoornis van [het kind] . Daarbij is moeder niet bij machte om zich neutraal en respectvol op te stellen jegens vader, ze uit zich disrespectvol over hem, geeft bewust of onbewust uiting aan eigen stress en dysfore gevoelens over vader en bant vader zoveel mogelijk uit haar eigen leven en dat van haar huidige gezin.”
3.De beslissing
nietbevoegd tot kennisneming
minderjarige [het kind] , geboren te [geboorteplaats] (Nederland) op [geboortedatum] 2011, uit te oefenen en binnen zes weken mee te delen of het de bevoegdheid overeenkomstig artikel 15 lid 5 Brussel Pro II-bis aanvaardt;