Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de provincie Overijssel waarin een subsidie van maximaal €12.370,69 werd toegekend voor herstel van autonome schade aan zijn pand langs het kanaal Almelo-De Haandrik. De provincie had daarnaast een schadevergoeding toegekend voor schade die zij aansprakelijk achtte.
De rechtbank stelt vast dat de beoordeling van het causaal verband tussen de schade en de werkzaamheden aan het kanaal aan de burgerlijke rechter toekomt. Het beroep richt zich daarom uitsluitend op de hoogte van de toegekende subsidie voor autonome schade. Eiser betwist dat de subsidie voldoende is en heeft een contra-expertise overgelegd die hogere herstelkosten stelt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat de subsidie niet te laag is vastgesteld, mede omdat niet alle door eiser gestelde aanvullende schades adequaat zijn onderzocht en beoordeeld. Ook is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden doordat verweerder niet volledig op de contra-expertise is ingegaan.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de subsidie betreft en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.