Menzis en de gedaagde zijn een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan waarbij de gedaagde verplicht eigen risico verschuldigd is bij zorggebruik. Voor de periode 2019-2021 ontstond een betalingsachterstand van het eigen risico. Menzis vordert betaling van het openstaande bedrag van €457,62 vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten.
De gedaagde stelt dat er in april 2022 een betalingsregeling is getroffen en dat zij het bedrag in termijnen heeft voldaan. Tevens voert zij aan dat er te veel premie is geïncasseerd. Menzis betwist het bestaan van een betalingsregeling en wijst op een brief waarin dit wordt bevestigd. De rechtbank stelt vast dat de betalingen van de gedaagde reeds op de vordering in mindering zijn gebracht en dat de vermeende betalingsregeling niet is onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde het openstaande bedrag onbetaald heeft gelaten en veroordeelt haar tot betaling van €457,62 plus wettelijke rente vanaf 9 november 2022. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten van €66,71 toegewezen, omdat Menzis aan de wettelijke vereisten heeft voldaan. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €417,74. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.