Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 12 maart 2023 te Enschede, een ambtenaar, [slachtoffer], buitengewoon opsporingsambtenaar aangesteld in domein IV Openbaar Vervoer gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] op/tegen/in de kaak, althans het gezicht, te slaan en/of te stompen;
hij op of omstreeks 12 maart 2023 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk een kunstgebit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
hij op of omstreeks 12 maart 2023 te Borne opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [verbalisant 1], werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland en/of [verbalisant 2], werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland, belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een speekseltest, hieraan geen gevolg te geven.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
hij op 12 maart 2023 te Enschede, een ambtenaar, [slachtoffer], buitengewoon opsporingsambtenaar aangesteld in domein IV Openbaar Vervoer, gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] op/tegen/in het gezicht, te slaan.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelde
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
twee jaren;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 868,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 17 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vordering
af.