Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
Diezelfde ochtend, rond 04.30 uur, wordt de eigenaar van de woning, [slachtoffer 1] , gebeld door een buurman die vertelt dat verdachte aan het schreeuwen is en spullen kapot slaat. [slachtoffer 1] belt vervolgens [slachtoffer 2] die dit bevestigt en die meldt dat verdachte onder invloed van alcohol is. Kort daarop belt [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] terug en vertelt dat verdachte hem geschopt heeft. Vervolgens gaat [slachtoffer 1] naar de woning. Daar treft hij verdachte aan. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] arriveren bij de woning en houden verdachte daar aan. Onderweg tussen Enschede en het arrestantencomplex in Borne roept verdachte richting verbalisanten bedreigende teksten, die in de tenlastelegging staan omschreven.
Dit alles in samenhang beschouwd, brengt de rechtbank tot het oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezenverklaard kan worden.
of omstreeks21 februari 2023 te [woonplaats] [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem tegen zijn lies
, althans zijn lichaamte schoppen
en/of te trappen;
of omstreeks21 februari 2023 te [woonplaats] opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon (Alcatel 5030D)
, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2]
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft
vernield,beschadigd
, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
twee jaren;
€ 60,00 (zestig euro)(bestaande uit materiële schade);
€ 60,00 (zestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2023;
nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 60,00 (zestig euro)ten behoeve van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2023 en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van een dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;