Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Opbrengst € 149.410,00
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 77.693,00;
- legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van een bedrag van € 22.281,70 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 445 dagen.