Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
te [woonplaats 1],
[bedrijf],
mr. M. Kippers en mr. Havers voornoemd;
Rechtbank Overijssel
Op 19 september 2022 sloten partijen een arbeidsovereenkomst voor 12 maanden. Werkneemster stelt ziek te zijn en dit gemeld te hebben, terwijl werkgever betoogt dat zij niet ziek was gemeld en ervan uitging dat zij ontslag had genomen. De kantonrechter oordeelt dat ontslag ondubbelzinnig moet zijn en dat werkgever niet zomaar mocht stoppen met loonbetaling zonder voorafgaande acties zoals inschakeling bedrijfsarts of sommatie.
De arbeidsovereenkomst wordt geacht voort te duren en de loondoorbetalingsverplichting blijft bestaan. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, een wettelijke verhoging van 30%, wettelijke rente, en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast moet werkgever de loonstroken blijven verstrekken.
De kantonrechter houdt rekening met de kleine omvang van de werkgever bij het bepalen van de hoogte van de wettelijke verhoging. De proceskosten worden aan werkgever opgelegd. Het vonnis is direct uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging, rente en incassokosten en moet loon blijven betalen tot rechtsgeldige beëindiging arbeidsovereenkomst.