ECLI:NL:RBOVE:2023:2837
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onrechtmatige besteding verhuiskostenvergoeding
Verzoeker is op 17 oktober 2022 onder de wettelijke schuldsaneringsregeling geplaatst vanwege een problematische schuldenlast van ruim €180.000. Kort na het verzoek heeft hij in Turkije ruim €3.000 van een verhuiskostenvergoeding contant opgenomen. Verzoeker verklaarde dit bedrag grotendeels mee te hebben genomen naar Nederland om zwart betalingen te verrichten aan werklieden voor de verbouwing en inrichting van zijn woning, maar kon dit niet onderbouwen met betalingsbewijzen.
De rechtbank oordeelt dat de besteding van het bedrag niet aannemelijk is gemaakt en dat de opname en besteding niet strookt met de beginselen van de schuldsaneringsregeling. De beschermingsbewindvoerder had het bedrag zonder verantwoording overgemaakt aan verzoeker, maar dit ontslaat verzoeker niet van zijn verplichting tot verantwoording.
Gezien de ernst van de schending van de regeling en het ontbreken van een saneringsgerichte houding van verzoeker, wordt de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub e en Pro f Faillissementswet. Het aanbod van verzoeker om het bedrag in termijnen terug te betalen kan de beëindiging niet voorkomen.
De rechtbank stelt tevens de vergoeding en het salaris van de bewindvoerder vast en bepaalt dat een eventueel restant-actief informeel onder de schuldeisers zal worden verdeeld.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onrechtmatige besteding van een verhuiskostenvergoeding.