Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
2.
[bedrijf 1] B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 8 maart 2021 te Zwijndrecht en/of Mijnsheerenland (gemeente Hoeksche Waard ), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander , althans alleen , (een deel van) de bedrijfsadministratie (van [bedrijf 1] B.V.) - zijnde een samenstel van geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken,
3.De voorvragen
“In de bijlage treft u het verhoor aan van uw cliënt, dhr [verdachte] . De politie heeft uw cliënt verhoord, daarbij de cautie gegeven, maar uw cliënt wordt dit momentnietals verdachte aangemerkt.”.
nietgehoord over de andere transacties met [bedrijf 6] B.V. en [bedrijf 7] B.V. en ook niet over transacties met [bedrijf 5] en [bedrijf 8] . [1] Aan de e-mail die verdachte via zijn advocaat heeft ontvangen, kan naar het oordeel van de rechtbank geen gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat vervolging achterwege zou blijven. Nog los van het feit dat de e-mail is verzonden door de parketsecretaris in een ander strafrechtelijk onderzoek dan het onderhavige, schrijft de parketsecretaris dat verdachte op ‘
dit moment’ niet als verdachte wordt aangemerkt. Door dit gemaakte voorbehoud kon bij verdachte niet het gerechtvaardigd vertrouwen zijn gewekt dat hij op een later moment evenmin vervolgd zou worden.
4.De bewijsoverwegingen
10 december 2018 een verdachte veroordeeld voor witwassen waarbij onder andere geldbedragen van [bedrijf 1] B.V. waren betrokken. De politie constateert in onderzoek ‘26TheVillage’ dat sprake is van atypische en branchevreemde overboekingen van geldbedragen van [bedrijf 1] B.V. naar andere bedrijven. Deze geldbedragen, van in totaal bijna zes miljoen euro, werden door de B.V. overgemaakt voor leveringen van afvalmateriaal en commissie. De politie vermoedt dat er aan de geldstromen geen goederenstromen ten grondslag lagen en dat de overgeboekte geldbedragen een criminele herkomst hebben. De politie heeft het vermoeden dat contant geld is afgeleverd bij [bedrijf 1] B.V. waarna de B.V. het geld op de bankrekeningen van de andere rechtspersonen stortte. Uit welk misdrijf deze geldbedragen afkomstig zouden zijn, is onbekend gebleven.
,[bedrijf 6] B.V., [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 8] . Uit het onderzoek naar de overboekingen en de bedrijven volgt onder meer het volgende.
“(Groot)handel in (onder andere) groenten en fruit;
20 maart 2015 door de Kamer van Koophandel doorgehaald vanwege inactiviteit en op
15 juni 2017 zijn de bedrijven door de Kamer van Koophandel uitgeschreven vanwege het ontbreken van bekende baten bij de rechtspersonen. [7]
[medeverdachte 4] . [bedrijf 7] B.V. is op 5 maart 2020 ontbonden. [16]
facilitatorwerd gebruikt door een criminele organisatie die het handelen in verdovende middelen en witwassen tot oogmerk had. Onder andere de persoons-, bedrijfs- en inloggegevens van [naam 1] zijn aantroffen op een USB-stick bij [naam 4] die voor onder andere lidmaatschap van deze criminele organisatie veroordeeld is. [23] Het vermoeden van de politie en het OM is dat [naam 1] hier op enigerlei wijze bij betrokken was.
geengoederenstroom heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt dat het OM zich hiermee in een lastige bewijspositie bevindt. Het OM dient immers aan te tonen dat iets
nietheeft plaatsgevonden.
5.De inbeslaggenomen voorwerpen
6.De beslissing
€ 25.000,-- ;