ECLI:NL:RBOVE:2023:2967
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot proceskostenveroordeling tegen jeugdbescherming na ondertoezichtstelling
De vader verzocht de rechtbank om Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) te veroordelen in de proceskosten, stellende dat de GI laakbaar heeft gehandeld en hij daardoor onnodig moest procederen. De zaak betreft de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen die bij hun moeder wonen.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat inmiddels twee jeugdbeschermers waren aangesteld, waardoor het verzoek tot aanstelling van een jeugdbeschermer en de dwangsom niet meer hoefde te worden beoordeeld. De vader wilde echter dat de rechtbank alsnog besliste over de proceskostenveroordeling.
De rechtbank oordeelde dat ondanks enige vertraging en de situatie waarbij het landelijk doorstroomteam de zaak behandelde, de GI niet ernstig tekort is geschoten. Er was regelmatig contact met de ouders en er werd gewerkt aan uitbreiding van de omgang. De vader had onvoldoende onderbouwd dat de GI laakbaar had gehandeld.
Daarom werd het verzoek van de vader tot proceskostenveroordeling afgewezen. Ook het verzoek van de GI en de moeder om de vader in de proceskosten te veroordelen werd afgewezen, omdat het hen vrijstond om een dergelijke vordering in te stellen. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter U. van Houten op 19 juni 2023.
Uitkomst: Verzoek tot proceskostenveroordeling van de GI door de vader wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van laakbaar handelen.