ECLI:NL:RBOVE:2023:2967

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 juni 2023
Publicatiedatum
27 juli 2023
Zaaknummer
C/08/294188 / JE RK 23-555
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot proceskostenveroordeling tegen jeugdbescherming na ondertoezichtstelling

De vader verzocht de rechtbank om Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) te veroordelen in de proceskosten, stellende dat de GI laakbaar heeft gehandeld en hij daardoor onnodig moest procederen. De zaak betreft de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen die bij hun moeder wonen.

Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat inmiddels twee jeugdbeschermers waren aangesteld, waardoor het verzoek tot aanstelling van een jeugdbeschermer en de dwangsom niet meer hoefde te worden beoordeeld. De vader wilde echter dat de rechtbank alsnog besliste over de proceskostenveroordeling.

De rechtbank oordeelde dat ondanks enige vertraging en de situatie waarbij het landelijk doorstroomteam de zaak behandelde, de GI niet ernstig tekort is geschoten. Er was regelmatig contact met de ouders en er werd gewerkt aan uitbreiding van de omgang. De vader had onvoldoende onderbouwd dat de GI laakbaar had gehandeld.

Daarom werd het verzoek van de vader tot proceskostenveroordeling afgewezen. Ook het verzoek van de GI en de moeder om de vader in de proceskosten te veroordelen werd afgewezen, omdat het hen vrijstond om een dergelijke vordering in te stellen. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter U. van Houten op 19 juni 2023.

Uitkomst: Verzoek tot proceskostenveroordeling van de GI door de vader wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van laakbaar handelen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/08/294188 / JE RK 23-555
Datum uitspraak: 19 juni 2023

beschikking afwijzing proceskostenveroordeling

in de zaak van

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. I. Mercanoglu,
betreffende

[het kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [het kind 1] ,

[het kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [het kind 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.H. Westerhof-Dijkstra.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek, met bijlagen, van mr. Mercanoglu, ingekomen op 20 maart 2023;
- een bericht van mr. Westerhof-Dijkstra, ingekomen op 28 april 2023;
- het verweerschrift, met bijlagen, van de GI, ingekomen op 1 mei 2023.
Op 8 mei 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen en gehoord zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- mr. Westerhof-Dijkstra namens moeder;
- [medewerker jeugdbescherming] namens de GI.
Na de mondelinge behandeling is – met toestemming van de kinderrechter – het volgende ontvangen:
- een bericht van mr. Mercanoglu, ingekomen op 10 mei 2023;
- een bericht van mr. Westerhof-Dijkstra, ingekomen op 23 mei 2023.

De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [het kind 1] en [het kind 2] .
[het kind 1] en [het kind 2] wonen bij hun moeder.
Bij beschikking van 28 september 2022 zijn [het kind 1] en [het kind 2] onder toezicht gesteld tot 28 september 2023.

Het verzoek

De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
inzake geschil ots:
a. te bepalen dat Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering binnen vijf werkdagen na de uitspraak een jeugdbeschermer aanstelt en het eerste contact tussen de jeugdbeschermer en ouders de minderjarige zal plaatsvinden;

inzake niet tijdig beslissen:

b. de hoogte van de dwangsom vast te stellen op een bedrag van € 100,- voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van
€ 10.000,-;
c. Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering in de beide zaken wordt veroordeeld in de kosten van dit geding.

De beoordeling

De kinderrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling geconstateerd dat sinds april 2023 twee jeugdbeschermers zijn aangesteld. Daarom hoeft op het verzoek van de vader tot aanstelling van een jeugdbeschermer en de bijbehorende dwangsom niet meer te worden beslist. De vader vraagt wel een beslissing te nemen op zijn verzoek om de GI in de proceskosten te veroordelen.
De proceskostenveroordeling
Ter onderbouwing wordt gesteld dat de GI laakbaar heeft gehandeld. De vader heeft daardoor onnodig moeten procederen. Hij wil een signaal afgeven aan de GI over het uitvoeren van de ondertoezichtstelling op deze wijze. Vanuit het landelijk doorstroomteam was volgens de vader geen zicht op dit gezin. De zaak werd slechts per e-mail aangestuurd.
De moeder en de GI hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Zij verzoeken de vader te veroordelen in de proceskosten, omdat de vader geen belang meer had bij zijn verzoek maar toch heeft gekozen om de procedure door te zetten.
Op grond van artikel 289 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de kinderrechter een proceskostenveroordeling uitspreken. In familie- en jeugdzaken is het uitgangspunt dat iedereen zijn of haar eigen kosten draagt. Daar wordt alleen een uitzondering op gemaakt als daar sterke argumenten voor zijn. Een sterk argument zou kunnen zijn, en dat is waar mr. Mercanoglu een beroep op doet, als de GI duidelijk steken heeft laten vallen. Daar is volgens de kinderrechter geen sprake van. Uit de tijdlijn zoals overgelegd door de GI blijkt dat er na de start van de ondertoezichtstelling op 28 september 2022 op korte termijn zaken in gang zijn gezet en op frequente basis contact is geweest met de ouders. Daarbij is sprake geweest van overleg met de ouders en er is gewerkt aan uitbreiding van de omgang. Vervolgens is, door uitval van de verantwoordelijke jeugdbeschermer op 23 december 2022, de zaak in januari 2023 overgedragen naar het landelijk doorstroomteam. Deze situatie heeft tot april 2023 geduurd. Vanuit het landelijke doorstroomteam is de zaak verder behandeld. Hoewel de situatie van een landelijk doorstroomteam niet ideaal is, heeft de kinderrechter onvoldoende aanwijzingen om te oordelen dat de GI zo ernstig tekort is geschoten dat een proceskostenveroordeling is gerechtvaardigd. De GI erkent dat er vanaf 23 december geen vaste jeugdbeschermer aan de zaak gekoppeld is geweest. Hoewel de procedure minder voortvarend is gegaan dan gewenst kan niet worden gezegd dat de ouders vanuit het landelijke doorstroomteam geen enkele hulp of begeleiding hebben ontvangen. Er is gewerkt aan uitbreiding van de omgang en er zijn wel degelijk zaken in gang gezet. Het had vast intensiever en sneller gekund, maar het is niet zo dat de GI ernstig tekort is geschoten of laakbaar heeft gehandeld. Gezien de gemotiveerde betwisting door de GI heeft de vader hiertoe onvoldoende gesteld.
De kinderrechter is van oordeel dat in deze procedure geen grond is om van het uitgangspunt af te wijken en de GI in de proceskosten te veroordelen. Dit betekent dat het verzoek van de vader zal worden afgewezen. Ook het verzoek van de GI en de moeder om de vader in de proceskosten te veroordelen wordt afgewezen: het stond hen vrij om aanstelling van een vaste jeugdbeschermer te vragen en om een proceskostenveroordeling te vragen.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt vast dat de vader geen belang meer heeft bij zijn verzoek onder a. en b.;
wijst het verzoek van de vader tot een proceskostenveroordeling af;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. A. Albers, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2023.