Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
overhaar billen en met de vinger
inhaar billen, waarbij zij tijdens het studioverhoor wijst aan de voorkant tussen haar bovenbenen bij haar kruis. Hieruit leidt de rechtbank af dat [slachtoffer 1] het wrijven over de vagina/schaamlippen, die zij dus als haar ‘billen’ omschrijft, onderscheidt van het binnendringen van de vagina/schaamlippen. Ter terechtzitting van 13 juli 2023 heeft verdachte verder verklaard dat hij ruw met zijn vingers over de vagina van [slachtoffer 1] heeft gewreven. De rechtbank acht op basis van het voorgaande bewezen dat verdachte met zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van [slachtoffer 1] is geweest en dat dus mede sprake is geweest van seksueel binnendringen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 5 (vijf) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.051,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 april 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 60 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een gedeelte van € 5.385,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de vordering tot betaling van een bedrag van € 1.255,88;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 35 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;