Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
4.De beslissing
wijstde vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
af.
Rechtbank Overijssel
De officier van justitie had gevorderd dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en verdachte verplicht tot betaling van € 8.217.575,40 aan de Staat. Deze vordering werd gelijktijdig met de strafzaak behandeld. Tijdens de zitting gaf de officier van justitie aan af te zien van verdere standpuntenuitwisseling indien verdachte zou worden vrijgesproken.
De rechtbank heeft verdachte integraal vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten. Hierdoor ontbreekt de wettelijke grondslag voor het opleggen van een betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank heeft daarom het onderzoek gesloten en de vordering afgewezen.
Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2023. De beslissing is dat de vordering tot ontneming wordt afgewezen wegens de vrijspraak van verdachte.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af na vrijspraak van verdachte.