Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
nemo tenetur-beginsel, het verbod op
détournement de pouvoir, het beginsel van
equality of arms, het vertrouwensbeginsel en het verschoningsrecht en daarmee het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn strafzaak.
4.De bewijsoverwegingen
‘Voor wat betreft de contacten met [medeverdachte] had ik ergens in 2013 hem nog een keer benaderd in verband met deze openstaande vorderingen op [bedrijf 3] . Volgens mij zat hij daar toen nog. Hij gaf in ieder geval aan dat hij zou kijken wat hij voor mij kon doen. Hoe zijn verhouding met [bedrijf 3] op dat moment precies was, weet ik niet. Als gezegd kwamen wij elkaar in november 2014 weer tegen. [naam 4] heeft mij gezegd dat er een vastgoedpakket van [medeverdachte] te koop was waarmee wij, zoals zojuist verklaard, ons streefrendement zouden kunnen behalen.’
‘Ik nam aan dat hij daar niet meer werkzaam was, omdat ik hem al lange tijd niet meer bij [bedrijf 3] had gezien toen wij voor [bedrijf 3] werkten. Ik heb hem er toen wij in november 2014 weer in contact kwamen ook niet naar gevraagd.’
‘Ik heb met geen van de hier aanwezige personen vooraf over mijn af te leggen verklaring gesproken.’
‘Dat heb ik niet gedaan, want ik had een geheimhoudingsverklaring getekend.’
‘Ik email zelf niet, voor zover er is gecommuniceerd per email is dat via [naam 4] gegaan. Ik heb wel een keer met [medeverdachte] gesproken over de overdracht van de [bedrijf 5] portefeuille en uiteraard daarna bij de overdracht van het vastgoedpakket. Het meeste contact liep via [naam 4] . Er is vooraf niets schriftelijk vastgelegd. Dat is pas bij de notaris gebeurd.’
‘Nadat ik het geld van de NS had gekregen in het kader van de tender, werd dit door [naam 5] op de rekening van [bedrijf 1] overgemaakt. Ik heb daarna een bedrag van 3,6 miljoen overgemaakt naar notaris [naam 1] .’
‘Ik heb geen afspraak gemaakt met [medeverdachte] over enige door hem te ontvangen vergoeding in verband met de verwerving van de [bedrijf 5] portefeuille. Destijds had ik ook geen andere zakelijke afspraken met hem.’