ECLI:NL:RBOVE:2023:3093

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 juli 2023
Publicatiedatum
2 augustus 2023
Zaaknummer
10305336 \ CV EXPL 23-309
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijsopdracht en getuigenverhoor over terugbetaling contant bedrag

In deze civiele procedure tussen eisers en gedaagde heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen waarin gedaagde werd uitgenodigd bewijs te leveren dat zij een bedrag van €3.400 contant aan eisers heeft terugbetaald.

Gedaagde heeft een schriftelijke verklaring overgelegd van een derde die verklaart dat hij het bedrag aan gedaagde heeft geleend en heeft gezien dat gedaagde het aan eiseres overhandigde. Deze verklaring is echter niet ondertekend en niet afgelegd onder ede, waardoor de kantonrechter hieraan minder waarde toekent.

De kantonrechter heeft daarom bepaald dat gedaagde dit bewijs moet leveren, eventueel door het horen van getuigen onder ede, waaronder de derde en zichzelf, tijdens een zitting. Partijen kunnen verhinderdata opgeven om het tijdstip van het getuigenverhoor te bepalen.

Alle verdere beslissingen in de procedure worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd en het getuigenverhoor heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: Gedaagde wordt opgedragen bewijs te leveren van contante terugbetaling van €3.400, met getuigenverhoor gepland.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 10305336 \ CV EXPL 23-309
Vonnis van 25 juli 2023
in de zaak van

1.[eiseres] ,

te [woonplaats 1] ,
2.
[eiser],
te Enschede,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: M. Steghuis,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 juni 2023,
- de schriftelijke reactie van [naam] namens [gedaagde] .
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
[gedaagde] is door de kantonrechter bij voormeld tussenvonnis in de gelegenheid gesteld bij schriftelijke reactie kenbaar te maken of zij in staat en bereid was bewijs te leveren van haar stelling dat zij [eisers] reeds een bedrag van € 3.400,00 contant heeft terugbetaald.
2.2.
In reactie hierop heeft [gedaagde] , zonder nadere toelichting, een schriftelijke verklaring van [naam] in het geding gebracht waarin verklaard wordt dat hij [gedaagde] een bedrag van € 3.400,00 heeft geleend en dat [naam] gezien heeft dat [gedaagde] dat bedrag heeft overhandigd aan [eiseres] . De kantonrechter begrijpt hieruit dat [gedaagde] bewijs van haar stellingen wil leveren middels schriftelijk bewijs.
2.3.
Aan de schriftelijke verklaring van [naam] kan niet die waarde worden toegekend als aan een verklaring onder ede. Bovendien is de verklaring van [naam] , niet ondertekend. Wil aan de verklaring van [naam] waarde worden toegekend, dan zal hij zijn verklaring ten overstaan van de kantonrechter onder ede moeten herhalen.
2.4.
[gedaagde] zal daarom door de kantonrechter worden opdragen te bewijzen dat het bedrag van € 3.400,00 contant aan [eisers] is terugbetaald. Verder zal worden bepaald dat, indien [gedaagde] [naam] en zichzelf als getuigen onder ede wil laten horen, een getuigenverhoor ten overstaan van de kantonrechter zal plaatsvinden, waarbij ook de wederpartij wordt uitgenodigd.
2.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
draagt [gedaagde] op te bewijzen dat het bedrag van € 3.400,00 contant aan [eiseres] en [eiser] is terugbetaald;
3.2.
bepaalt dat, als [gedaagde] het bewijs door het horen van
getuigenwil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. A.M.S. Kuipers, in het gerechtsgebouw te Enschede, Molenstraat 23;
3.3.
bepaalt dat partijen op de rolzitting van
22 augustus 2023schriftelijk 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) kunnen opgeven voor de drie maanden volgend op deze rolzitting, waarna datum en tijdstip van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;
3.4.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van het getuigenverhoor zelfstandig zal bepalen, alsmede dat het getuigenverhoor zou kunnen worden bepaald op een verhinderdag, indien partijen bij hun opgave meer dan 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) hebben opgegeven;
3.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden uitgesteld nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;
3.6.
bepaalt dat de namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, ten minste één week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank dienen te worden opgegeven;
3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2023. (TD)