Op 15 januari 2023 vond een incident plaats waarbij het slachtoffer ten val kwam bij een verkeerslicht in Almelo. Verdachte werd ervan verdacht het slachtoffer met zijn auto te hebben aangereden, hetgeen zwaar lichamelijk letsel zou hebben veroorzaakt. De officier van justitie stelde dat dit met voorwaardelijk opzet bewezen kon worden.
Tijdens de terechtzitting op 20 juli 2023 ontkende verdachte de aanrijding. De rechtbank concludeerde op basis van het dossier en de zitting dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het slachtoffer met de auto had aangereden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Het slachtoffer had zich als benadeelde partij gevoegd en vorderde een schadevergoeding van €20.000,-. De rechtbank oordeelde dat ondanks dat de vordering niet ondertekend was door het slachtoffer, de advocaat uitdrukkelijk gevolmachtigd was om namens hem op te treden. Echter, vanwege de vrijspraak van verdachte werd de vordering niet-ontvankelijk verklaard en moest het slachtoffer de civiele rechter benaderen.
De rechtbank veroordeelde het slachtoffer in de proceskosten, die nihil werden begroot. Het vonnis werd uitgesproken op 3 augustus 2023 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Overijssel te Almelo.