Uitspraak
- de mondelinge behandeling van 3 juli 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- rente tot en met 7 februari 2023
€
3.010,45
Rechtbank Overijssel
Op 16 oktober 2019 sloten partijen een financial lease overeenkomst waarbij de gedaagde een Mercedes op afbetaling aanschafte, gefinancierd door BMW Financial Services. BMW stelde de gedaagde op 9 december 2019 in gebreke wegens niet-betaling van maandtermijnen, waarna BMW het volledige saldo opeiste.
De gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij financiële tegenvallers had, maar deze waren onvoldoende onderbouwd. BMW toonde aan dat zij alles had gedaan om de kwestie minnelijk op te lossen, waaronder aanmaningen en het inschakelen van een recherchebureau. De auto werd uiteindelijk getraceerd en geveild, de opbrengst verrekend met de vordering.
De rechtbank oordeelde dat BMW in redelijkheid kon dagvaarden en kende de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten toe. De vordering tot betaling van rente over achterstallige rente werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De tegenvordering van de gedaagde wegens gemiste inkomsten werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan bewijs en rechtsgrond.
De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van € 21.733,97 plus rente en proceskosten, terwijl zijn reconventionele vordering werd afgewezen en hij ook de proceskosten in reconventie moest betalen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 21.733,97 plus rente en proceskosten en wijst de tegenvordering af.