Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2023:3158

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juli 2023
Publicatiedatum
4 augustus 2023
Zaaknummer
299711 KG RK 23-297
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheid

Bij de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, was een strafzaak aanhangig waarbij mr. Van Bruggen deel uitmaakte van de meervoudige strafkamer. Op de zittingsdag heeft zij een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij constateerde dat de aangeefster in de strafzaak de dochter is van een bekende van haar, met wie zij op onregelmatige basis contact heeft via sportieve activiteiten en appcontact.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en het criterium of de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden of de schijn daarvan bestaat. De kamer oordeelde dat de persoonlijke relatie van mr. Van Bruggen met de moeder van de benadeelde partij objectief de vrees voor partijdigheid kan rechtvaardigen.

Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en mr. Van Bruggen zal worden vervangen door een andere rechter. De strafzaak is in afwachting van deze procedure aangehouden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. Van Bruggen is toegewezen wegens mogelijke schijn van partijdigheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Verschoningskamer
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 299711 KG RK 23-297
Beslissing van 17 juli 2023
op het verzoek van
mr. M. VAN BRUGGEN,
rechter in de rechtbank Overijssel,
dat ertoe strekt zich te mogen verschonen in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. J.H. Rump uit Zwolle.

1.De procedure

1.1.
Bij de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, team strafrecht, is onder het parketnummer 08/090284-22 een strafzaak tegen verdachte aanhangig.
1.2.
De strafzaak stond gepland om op 17 juli 2023 te worden behandeld door de meervoudige strafkamer, bestaande uit mrs. Jordaans, Vijftigschild en Van Bruggen.
1.3.
Op 17 juli 2023 heeft mr. Van Bruggen een verzoek ingediend bij de verschoningskamer om zich te mogen verschonen.
1.4.
De strafzaak is in afwachting van de verschoningsprocedure aangehouden.
1.5.
Een verschoningsverzoek hoeft niet ter terechtzitting te worden behandeld. Ook hoeven partijen in de hoofdzaak niet te worden gehoord. Het verzoek zal daarom schriftelijk worden afgedaan.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
Mr. Van Bruggen heeft aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat zij bij aanvang van de strafzitting constateerde dat de aangeefster in de strafzaak, tevens benadeelde partij, de dochter is van een bekende van haar. Mr. Van Bruggen heeft op onregelmatige basis contact met deze moeder. Dit contact betreft sportieve activiteiten en daarmee samenhangend appcontact. Om die reden meent mr. Van Bruggen dat de schijn zou kunnen ontstaan dat zij de zaak niet onbevangen en zonder vooringenomenheid kan afdoen.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan een rechter die een zaak behandelt verzoeken zich te mogen verschonen. Daarvoor moet sprake zijn van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn als uit de overtuiging of het gedrag van een rechter persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. De verschoningskamer zal het verschoningsverzoek aan de hand van deze maatstaven beoordelen.
3.3.
De verschoningskamer is van oordeel dat mr. Van Bruggen het verschoningsverzoek terecht heeft ingediend. De verschoningskamer kan zich op grond van de door mr. Van Bruggen beschreven persoonlijke betrekking met de kennis voorstellen dat zij zich niet vrij voelt deze zaak te behandelen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat mr. Van Bruggen door een andere rechter zal worden vervangen. Zo wordt elke schijn van partijdigheid vermeden.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe,
4.2.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
- mr. Van Bruggen,
- alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen,
- de officier van justitie,
- de benadeelde partij.
Deze beslissing is gegeven door mr. U. van Houten, mr. A. Smedes en mr. E. Venekatte in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H. Doldersum en in openbaar uitgesproken op
17 juli 2023.
de griffierde voorzitter
is niet in de gelegenheiddeze beslissing mede te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.