Uitspraak
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(feit1) en [slachtoffer 2]
(feit2) heeft verkracht.
3.De bewijsmotivering1
[naam 1].
de broek en slip van die [slachtoffer 1] deels heeft uitgetrokken en
die [slachtoffer 1] heeft omgedraaid en voorover heeft geduwd en
voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] en misbruik heeft gemaakt van zijn (fysieke) overwicht en
hierbij tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij zich moet omdraaien
de borsten van die [slachtoffer 1] te betasten en
zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen en
op de billen van die [slachtoffer 1] te slaan;
januari 2021 te Groningen, door een andere feitelijkheid,
de slip van die [slachtoffer 2] deels opzij heeft geschoven en
voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 2] en misbruik heeft gemaakt van zijn (fysieke) overwicht
de vagina van die [slachtoffer 2] te betasten en
een vinger in de vagina van die [slachtoffer 2] te brengen en
zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] te brengen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
verkrachting.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
./.1 De door [slachtoffer 1] gevorderde materiële schade post 1:medische kosten
4 De gevorderde proceskosten
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
verkrachting;
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;
12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[slachtoffer 1](feit 1) van een bedrag van€ 8.208,61 (€ 1.208,61 aan materiële schade en€ 7.000 aan immateriële schade), te venneerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2022;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van€ 8.208,61, te venneerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde partij, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 76 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2](feit 2) van een bedrag van€ 7.596,45 (€ 596,45 aan materiële schade en€ 7.000 aan immateriële schade), te venneerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2021;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van€ 7.596,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2021 ten behoeve van de benadeelde partij, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 72 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;