De zaak betreft een loonvordering van een chauffeur tegen zijn werkgevers, die een deel van het loon zwart uitbetaalden. De werknemer meldde zich ziek en ontving alleen loon over de witte uren. Hij vorderde betaling van het loon over de zwartgewerkte uren tijdens ziekte.
De kantonrechter oordeelt dat ondanks de gedeeltelijke zwarte betaling een arbeidsovereenkomst bestaat en dat de werknemer recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte over alle uren, inclusief de zwartgewerkte uren. De werkgever kan zich niet beroepen op redelijkheid en billijkheid om deze betaling te weigeren.
Verder is vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst een omvang van 23 uur per week heeft, niet 15 uur zoals de werkgever stelde. Het loon wordt bruto toegewezen, gelijk aan het wettelijk minimumloon, waarbij de wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10% vanwege de bewuste keuze van partijen om zwart te werken.
De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van het achterstallig loon, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.