ECLI:NL:RBOVE:2023:3228
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum conform afdracht normen
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Zowel verzoeker als zijn echtgenote, die eveneens een verzoek heeft ingediend, zijn gehoord. De rechtbank constateert dat verzoeker in staat van betalingsonmacht verkeert en te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van de schulden. Tevens is aannemelijk dat hij de verplichtingen uit de regeling zal nakomen.
De rechtbank behandelt ook het verzoek om de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 oktober 2022, tien maanden voor de uitspraak. Dit verzoek wordt ondersteund door het feit dat verzoeker en echtgenote vanaf die datum conform de wettelijke schuldsaneringsnormen afdragen via een budgetbeheerrekening, verzorgd door de gemeente Zwolle.
De rechtbank overweegt dat de wetswijziging van 1 juli 2023, die de termijn van de regeling aanpast, impliceert dat de termijn kan ingaan op de dag van de eerste aflossing in het buitengerechtelijke traject. Gezien de omstandigheden en het procesreglement acht de rechtbank het passend om de ingangsdatum op 1 oktober 2022 te stellen. Tevens vervallen de beslagen ten laste van verzoeker door de toepassing van de regeling.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en stelt de vergoeding van de bewindvoerder voorlopig vast conform het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. De regeling wordt uitgesproken met de genoemde voorwaarden en de ingangsdatum wordt conform artikel 349a lid 1 Faillissementswet vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing en bepaalt de ingangsdatum op 1 oktober 2022.