Uitspraak
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert woningstichting SWZ betaling van een huurachterstand van €301,65 wegens een huurverhoging die zij stelt per 1 juli 2022 te hebben aangezegd. De gedaagden betwisten ontvangst van het oorspronkelijke voorstel tot huurverhoging van 25 april 2022 en stellen dat zij pas op 27 september 2022 kennis hebben genomen van het voorstel.
De rechtbank beoordeelt dat SWZ niet voldoende heeft bewezen dat de brief van 25 april 2022 daadwerkelijk door de gedaagden is ontvangen. SWZ kon geen verzendbewijs overleggen en getuigenverklaringen ontbraken, waardoor de brief niet als tijdig aangezegd kan worden beschouwd. De huurverhoging kan daarom niet met terugwerkende kracht per 1 juli 2022 ingaan.
Wel staat vast dat de gedaagden op 27 september 2022 een aangetekende brief ontvingen met het voorstel tot huurverhoging, waardoor de huurverhoging pas per 1 december 2022 ingaat. Omdat de gedaagden vanaf die datum de verhoogde huur hebben betaald, is er geen sprake van een betalingsachterstand. De vordering van SWZ wordt daarom afgewezen en SWZ wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huurachterstand wordt afgewezen omdat de huurverhoging niet tijdig schriftelijk is aangezegd.