Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 mei 1993 tot en met 29 januari 1996 in de gemeente Weststellingwerf en/of Assen, althans in Nederland,met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1984, die toen de leeftijd van 12jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:- het zich laten pijpen door die [slachtoffer 1] en/of- het pijpen van die [slachtoffer 1] en/of- het zich door die [slachtoffer 1] laten aftrekken en/of het laten vasthouden vanzijn, verdachtes, penis en/of- het aftrekken en/of betasten van de penis van die [slachtoffer 1] ;2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 januari 1996 tot en met 31 december 1997 in de gemeente Weststellingwerf en/of Assen, althans in Nederland,met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1984, die de leeftijd van twaalfjaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:- het zich laten pijpen door die [slachtoffer 1] en/of- het pijpen van die [slachtoffer 1] en/of- het zich door die [slachtoffer 1] laten aftrekken en/of het laten vasthouden vanzijn, verdachtes, penis en/of- het aftrekken en/of betasten van de penis van die [slachtoffer 1]
hij in of omstreeks de periode van 14 augustus 2016 tot en met 16 augustus 2016 te Assen, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te wetenhet aftrekken en/of betasten van de penis van die [slachtoffer 2]
3. De voorvragen
anderegegevens die niet onder het verschoningsrecht vallen, te mogen voegen in het dossier. In de onderhavige zaak had er bij de opsporingsambtenaren en het Openbaar Ministerie redelijkerwijs het vermoeden moeten bestaan dat er sprake was van gegevens van geheimhouders. De rechtbank stelt vast dat de regelgeving niet is nageleefd.
3.De beslissing
niet-ontvankelijkin de strafvervolging van verdachte.