De werknemer trad in 2007 in dienst bij Windesheim als hogeschooldocent. Vanaf 2021 ontstond een conflict met zijn leidinggevende over vermeend grensoverschrijdend gedrag. Ondanks mediationpogingen en herplaatsingsinspanningen bleef de arbeidsrelatie ernstig verstoord. De werknemer weigerde mediation en toonde een weinig constructieve houding, waaronder heimelijk opnemen van gesprekken en het niet nakomen van afspraken.
Windesheim startte een re-integratietraject met coaching en herplaatsing buiten het conflictdomein, maar de werknemer werkte onvoldoende mee, stopte re-integratieopdrachten en solliciteerde ongeoorloofd. De bedrijfsarts concludeerde situationele arbeidsongeschiktheid zonder opzegverbod. De kantonrechter oordeelde dat de verstoorde arbeidsverhouding duurzaam was en ontbinding gerechtvaardigd.
De werknemer verzocht om een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van Windesheim, maar dit werd afgewezen. Wel werd de wettelijke transitievergoeding toegekend. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 26 september 2023, met een compensatie van proceskosten waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.