Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de akte overlegging producties van [eiser],
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een vordering van een holding (eiser) tegen gedaagde tot terugbetaling van €1.700,- uit hoofde van een vermeende geldleningsovereenkomst. Gedaagde had een caravan gekocht en een deel van de aanschaf gefinancierd via betalingen aan de bankrekening van de holding. Gedaagde betwist dat zij een geldleningsovereenkomst met de holding is aangegaan en stelt dat de betalingen voortvloeiden uit afspraken binnen het gezin.
De rechtbank stelt vast dat de directeur-grootaandeelhouder van de holding de vader is van gedaagde en dat de lening geen zakelijke insteek had, maar een privékarakter droeg. De betalingen aan de bankrekening van de holding waren niet doorslaggevend omdat gedaagde niet wist dat dit de rekening van de holding was.
De rechtbank oordeelt dat de holding geen partij is bij de geldleningsovereenkomst en wijst daarom de vorderingen af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de kantonrechter op 15 augustus 2023.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de geldlening wordt afgewezen omdat geen overeenkomst met de holding is gesloten.