Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2023:3400

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 augustus 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
C/08/300683 / KG RK 23-318
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na intrekking beroep

In deze civiele procedure bij de Rechtbank Overijssel heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter mr. J.H.M. Hesseling die de zaak tussen verzoeker en het college van beroep van de Rijksuniversiteit Groningen behandelde.

Tijdens de mondelinge behandeling op 3 augustus 2023 deed verzoeker het wrakingsverzoek. Kort daarna, op 4 augustus 2023, trok verzoeker zijn beroep in de onderliggende zaak in. Ondanks dat verzoeker op 8 augustus 2023 liet weten het wrakingsverzoek te willen handhaven, was de onderliggende procedure daarmee beëindigd.

De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat de formele voorwaarde dat het verzoek betrekking moet hebben op een rechter die de zaak nog behandelt, niet meer was vervuld. De wrakingskamer hoefde daardoor niet inhoudelijk op het verzoek in te gaan en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek vanwege intrekking van het beroep.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/300683 / KG RK 23-318
Beslissing van 17 augustus 2023
in de zaak van
drs. [verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.

1.De procedure

1.1.
Op 3 augustus 2023 heeft in de zaak tussen [verzoeker] en het college van beroep van de Rijksuniversiteit Groningen onder zaaknummer ZWO 22/2260 een mondelinge behandeling plaatsgevonden bij van mr. J.H.M. Hesseling, rechter in deze rechtbank en belast met de behandeling van de zaak.
1.2.
Bij gelegenheid van die behandeling heeft [verzoeker] een mondeling verzoek tot wraking gedaan van mr. Hesseling, zoals blijkt uit het proces-verbaal van het wrakingsverzoek van 3 augustus 2023.
1.3.
Bij op 4 augustus 2023 binnengekomen e-mailbericht heeft [verzoeker] zijn beroep in de zaak onder nummer ZWO 22/2260 ingetrokken.
1.4.
Bij op 8 augustus 2023 binnengekomen e-mailbericht heeft [verzoeker] meegedeeld zijn wrakingsverzoek te handhaven.

2.De beoordeling

2.1.
Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de rechter die een zaak behandelt - op verzoek van een partij – kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2.
Ten behoeve van de behandeling van een verzoek tot wraking is het Wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel opgesteld. Dit protocol is voor iedereen te raadplegen, bijvoorbeeld op de website van rechtspraak.nl.
2.3.
In dit protocol is in artikel 5 lid 2 onder Pro a bepaald:
De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren: (…) a. indien het verzoek kennelijk ongegrond is; (…)
2.4.
[verzoeker] heeft het door hem ingestelde beroep in de zaak ZWO 22/2260 ingetrokken. Daarmee is de zaak, waarin het verzoek tot wraking is gedaan, geëindigd en kan van een vervanging van de rechter geen sprake meer zijn. Er is niet langer sprake van “een rechter die de zaak behandelt” in de zin van artikel 8:15 Awb Pro. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan, zal [verzoeker] in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Om die reden komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet toe.

2.De beslissing

De wrakingskamer
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks en R.F. van Aalst in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op 17 augustus 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.